Goed een jaar geleden installeerde de Kamer een Deontologische Commissie. Deze dient onderzoekt te verrichten naar de deontologische principes van mandatarissen. Gisteren maakte de Commissie haar advies bekend omtrent de vergoedingen van parlementsleden. Dat bericht De Standaard.

Hoewel Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA) niet persoonlijk in het advies wordt genoemd, werd het wel aangevraagd naar aanleiding van zijn bijbaantje. De conclusie van het advies hieromtrent, is dat de Kamervoorzitter niets valt te verwijten. Zo laat de commissie in het advies weten dat er met betrekking tot de onverdedigbaarheden geen onderscheid wordt gemaakt tussen de voorzitter en een gewoon parlementslid. Met andere woorden, Bracke overtrad geen enkele regel. Eerder in februari weigerde Bracke nog in te gaan op het verzoek van Groen om op eigen initiatief advies in te winnen bij de Deontologiecommissie.

Hogere deontologische lat voor de Kamervoorzitter?

Volgens het advies zou een dergelijke saga in de toekomst niet meer mogelijk zijn. Zo doet de Commissie de aanbeveling om voor de Kamervoorzitter een hogere deontologische lat te leggen. Bracke dient bij het aanvaarden van nevenfuncties een nog grotere voorzichtigheid aan de dag te leggen dan gewone parlementsleden.

De reden hiervoor is, althans volgens het advies, de unieke institutionele positie van de Kamervoorzitter. Deze beschikt namelijk over een grote invloed op de parlementaire werking. Om die reden signaleert de ‘eerste burger van het land’ volgens het advies het best alle mogelijke belangenconflicten en moet hij zich “laten vervangen bij elke fase van de behandeling van het onderwerp”, waarvoor er een belangenconflict bestaat. De vraag is echter in hoeverre de werkgroep Politieke Vernieuwing het advies zal opvolgen en de aanbevelingen in praktijk zal brengen.

Beperking geldelijke voordelen

Het advies handelt niet enkel over de deontologie die de Kamervoorzitter aan de dag moet leggen. Ook met betrekking tot de deontologie van individuele kamerleden werden er adviezen uitgebracht. Een van deze aanbevelingen is een cumulbeperking. In februari was er naar aanleiding van allerlei affaires – onder meer met de socialistische betrokkenheid in Publipart en Publifin en de bijverdienste bij Telenet door Bracke – wekenlang hetze over de zin en onzin van cumuls.

Parlementairen zouden volgens het advies nog maar maximum de helft van hun parlementair inkomen mogen bijverdienen met nevenactiviteiten. Al is dit volgens N-VA-Kamerlid en commissievoorzitter Danny Pieters een heikele discussie. “Een Kamerlid kan neveninkomsten hebben uit arbeid, maar ook uit vermogen. Dat valt niet makkelijk te traceren.” 

De Commissie raadt ook aan om om nevenactiviteiten die ‘meer dan occasioneel leiden’ tot een belangenconflict, niet op te nemen. Onder deze nevenactiviteiten worden alle werkzaamheden verstaan, uitgezonderd lokale mandaten. Het probleem van deze is dat ze niet enkel kunnen leiden tot mogelijke belangenvermenging, maar ook hun invloed hebben op de tijdsbesteding van het parlementslid. Omtrent de cumul met een lokaal mandaat sprak de Commissie zich nog niet uit. Volgens voorzitter Pieters moet “over deze politieke discussie […] de Kamer zich uitspreken. De commissie schetst slechts een kader”.

Grotere transparantie

Een andere in het oog springende aanbeveling, is het ijveren voor een grotere transparantie. Kamerleden dienen volgens het advies al hun activiteiten, inclusief hun verdiensten, aan te geven. Ook activiteiten uitgeoefend door naaste familieleden – zoals de activiteiten van hun partner en/of hun kinderen – zouden gemeld moeten worden als ze aanleiding kunnen geven tot belangenvermenging.

Verder pleit de Commissie voor het principe van ‘voorafgaand verlof’. Zo zou de kamer voorafgaand aan bepaalde activiteiten, haar toestemming moeten geven. Ook zouden burgers de mogelijkheid krijgen om gegevens omtrent de financiële wandel van Kamerleden anoniem op te vragen.

  • Bart Brinckman

    Goed overgeschreven uit De Standaard. Proficiat