Via een onder de ‘Freedom of Information Act (FOIA)’ ingediend verzoek kreeg de conservatieve groep ‘Judicial Watch’ onlangs inzage in bijna 700 pagina’s van de Amerikaanse belastingdienst, de IRS. Daaruit blijkt dat bepaalde conservatieve organisaties benadeeld werden.

De geopenbaarde pagina’s werpen een nieuw licht op het eerdere Obama-IRS-schandaal uit 2013 waarin beweerd werd dat onder Obama de IRS gebruikt werd als wapen tegen conservatieve groeperingen. Er werd een plotse stop opgemerkt in goedkeuringen voor belastingvrijstelling voor rechtse en conservatieve groeperingen net voor de verkiezingen van 2012, hetgeen wat later een onderzoek door de FBI teweegbracht.

Korte geschiedenis

In de lente van 2013 gaf de Inspecteur-Generaal van Financiën voor belastingadministratie een verslag uit. Daaruit bleek dat de IRS voor een beperkte tijd aanvragen gesorteerd had op trefwoorden zoals ‘tea party’ (een rechtse Amerikaanse grassroots-organisatie) en ‘patriot’. Reeds bestaande groepen kregen plots te maken met heel diepgaande en overdreven audits. Dit veroorzaakte de aanklacht dat Obama de IRS misbruikte om in aanloop van de 2012-presidentsverkiezingen de populaire Tea Party te fnuiken.

Dit werd onthaald op de gebruikelijke weerlegging: het zijn slechts ‘conspiracy theories’ van “hysterische republikeinen”. Onderzoek van het Ministerie onder Erik Holder vond geen bewijs van wangedrag, en seponeerde de zaak. Men wees er eveneens op dat het originele verslag van de Inspecteur-Generaal in feite een ‘autopsie’ was. Het kwam het wangedrag te weten, zette het stop, en legde dan er verslag over af. Daarmee was de zaak voor velen gesloten. Groepen die Obama steunden, kraaiden victorie. Bezoek deze link voor een meer volledige tijdlijn.

Hardnekkige feiten

Toch bleven verschillende groepen deze zaak volgen en uitspitten. Een opiniebijdrage in Newsweek vroeg zich daarom af wie toch het IRS-schandaal in leven houdt, en waarom”. Daarin werd gesteund op onder andere de seponering van het Ministerie van Justitie. Toch hielden verschillende andere zaken de achterdocht hoog. Zo bleken de servers (meer dan zes in totaal) waarop de e-mails van en naar Lois Lerner, spilfiguur binnen de IRS betrokken bij dit schandaal, ‘gecorrumpeerd’ te zijn en de data dus vernietigd. Velen waren niet tevreden met die gang van zaken.

Doorheen de hele zaak bleef de IRS alle mogelijke hinderpalen opwerpen voor diepgaand onderzoek. Zover, dat zelfs rechtbanken in ongezien scherpe bewoordingen (meer dan 1.000 dagen na het begin van dit schandaal) de advocaten van de IRS terechtwees om die tactieken:

De advocaten in het Ministerie van Justitie hebben een lange en geprezen traditie in het verdedigen van de belangen van het land en het afdwingen van haar wetten – alle wetten, niet slechts selectief – op een manier waardig van de naam van het Ministerie. Het gedrag van de advocaten van het IRS in de districtsrechtbank vallen buiten die traditie. […] En we bevelen dat de IRS de orders van de districtsrechtbank […] opvolgt – zonder redacties, en zonder verdere vertraging.”

Bevestiging

Judicial Watch kreeg dus uiteindelijk (na allerhande vertragingen) een andere reeks documenten in handen die het aangevraagd had. In deze nieuwe reeks documenten die Judicial Watch op dinsdag 4 april vrijgaf, was de zogenaamde ‘smoking gun’. In een van de voorbeeldbrieven werd aan aanvragers de kans geboden hun in het slop geraakte aanvraag te versnellen. Addertje onder het gras: deze optie werd enkel aangeboden in ruil voor beperkingen in hun activiteiten. Deze beperkingen waren expliciet gericht tegen politieke actie.

In andere documenten was te lezen over topfiguren binnen de IRS die toegaven dat er ongepaste acties hadden plaatsgevonden. Deze documenten waren eerder door de IRS weerhouden, en maakten dus geen deel uit van de verschillende onderzoeken van o.a. het Congres (parlement) in deze materie.

Nieuw leven in schandaal

De voorzitter van Judicial Watch, Tom Fitton, is niet mals in zijn woorden. “Geen wonder dat de ‘Obama-IRS’ deze documenten heeft verborgen. De nieuwe documenten met aantoonbaar bewijs bevatten erkenningen door de Obama-IRS dat het op onrechtmatige wijze zich richtte tegen conservatieve groepen. Maar de dossiers tonen ook dat het misbruik niet stopte: omdat de Obama-IRS probeerde om conservatieve aanvragen te dwingen hun recht op vrije mening op te geven om in ruil daarvoor eindelijk hun aanvragen erkend te krijgen.”

Het is een hernieuwde aanval op de erfenis van Obama. Pro-Trump-groeperingen zullen dit hoogstwaarschijnlijk gebruiken als tegenaanval in de ping-pongspel rond ‘Russiagate’ (de bewering dat Rusland de Amerikaanse verkiezingen zou beïnvloed hebben). Zo zouden dan de huidige aanklagers van Trump in het defensief gedwongen worden. Het voedt ook de verdachtmaking dat onder Obama vele grenzen overschreden werden uit politiek gewin.

Dit is relevant in de huidige reeks bekendmakingen in verband met het zogenaamde spioneren op Trump en zijn team. De verklaringen van bijvoorbeeld Susan Rice en Adam Schiff, en de verdediging door verschillende kopstukken in de Democratische partij en in de media, lijken nu plots een minder onbesproken en betrouwbare basis te hebben.

Opvallend: eerder nog in maart had Judicial Watch flinke kritiek op Trump, ook gerelateerd aan ‘Russiagate’, waarbij werd opgeroepen tot meer transparantie.