Donald Trump zet vijfduizend jobs in België op de helling. Chemie, afvalverwerking en farma zijn het meest kwetsbaar voor hogere invoerheffingen, berekende Hylke Vandenbussche, professor internationale economie van de KU Leuven, in een studie van Vives, het Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving. Zij scoorde daarmee een verhaal op de voorpagina van De Tijd.

Wie als econoom op een academische wolk boven de politiek wil zweven, riskeert een randverschijnsel te zijn. Een interessante man of vrouw voor de confraters en een marginale man of vrouw voor wie de macht uitoefent in de samenleving. Dat lot treft Vives van de KU Leuven niet. Vives is een jonge denktank en heeft banden met de Vlaamse onderstroom. Rond de wieg ten huize van Chris Morel, de vader van Marie-Rose, stonden onder meer voormalig KBC-topman Remi Vermeiren en Bruno Valkeniers. Remi Vermeiren zag er een volgende etappe in van de Denkgroep In De Warande, die in 2005 met een ‘onafhankelijkheidsmanifest’ het nodige stof deed opwaaien. Hij wenste dat de becijfering van de geldstromen tussen Vlaanderen en Franstalig België, een belangrijk element van het onafhankelijkheidsmanifest, verdergezet zouden worden.

Wrevel omwille van financiering

In 2015 trok Vives het transferdebat aan met nieuwe cijfers. Maar zijn reikwijdte gaat breder en dieper. De gesprekken bij Chris Morel gaven aanleiding tot de oprichting van de vzw Vives, die geld samenbracht om in overleg met en aan de KU Leuven een onderzoeksinstituut, noem het gerust een denktank, te starten. De universiteit en de vzw zijn twee financieringsbronnen van Vives.

“De relatie tot de Vlaamsgezinde stichters heeft de eerste jaren geleid tot roddel, achterklap en vijandschap.”

De relatie tot de Vlaamsgezinde stichters heeft de eerste jaren geleid tot roddel, achterklap en vijandschap, binnen de KU Leuven en in de media. De tegenkanting kwam onder meer van het Centrum voor Economische Studiën (CES) van de KU Leuven. Het was in de eerste plaats econoom en concurrent André Decoster die telkens na een studie van Vives zijn best deed om haar te weerleggen of te relativeren. Academisch is dat leuk, maar het was niet steeds fair. De wrevel en vijandigheid zijn vandaag weg en er wordt naar mekaar geluisterd en soms samengewerkt.

Onvrede met Centrum voor Economische Studiën (CES)

Bij mensen in en rond de Vlaamse beweging bestond onvrede over de evolutie van het CES. Die onvrede leidde tot de oprichting van Vives. Dat CES, gesticht door Gaston Eyskens in 1956, had een sterke en beleidsgerichte reputatie onder economen en professoren. Het publiceerde merkwaardige teksten over de staatshervorming in de brede zin. De vijf professoren van het CES vormden de ‘Leuvense Economen’, met hoofdletter. De Vlaamse onderhandelaars Jean-Luc Dehaene, Wilfried Martens en Gaston Geens deden op hen een beroep bij de staatshervormingen van de jaren tachtig en negentig.

Door ouderdom, emeritaat en ziekte dunden de Leuvense Economen uit en werd er jarenlang geen zinnige tekst meer geschreven in de traditie van de beleidsoriënterende teksten van het CES. Het CES publiceerde zijn meningen in ‘Leuvense Economische Standpunten’, dat beoogde op een bevattelijke manier studies af te drukken die het beleid konden ondersteunen of een nieuwe richting geven.

Communautair en met sympathie voor de werkgevers

Vives ziet zich als de erfgenaam van de Leuvense Economen en publiceert regelmatig onderzoek dat steekhoudend is voor de herinrichting van België en de internationale aspecten van het regionalisme, begrotingsfederalisme en decentralisering. Vives bestudeert bijvoorbeeld Schotland, Catalonië en Baskenland. Niet op de lacherige manier die de toon is van de media en van sommige academische concurrenten, maar op een serieuze wijze. Een typische studie is ‘Regional (In)stability in Europe’ van september 2016. Professor Joep Konings is de intellectuele motor van Vives en steunt op 27 medewerkers en geaffilieerde onderzoekers. Vives heeft een hoog publicatieritme en de kranten pikken regelmatig in op de teksten.

Een tweede insteek van Vives is de belangstelling voor de werkgevers, zonder een papierfabriek te willen zijn van ondernemersvriendelijke teksten. Aan de KU Leuven is het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) een gereputeerd centrum. Dat HIVA steunt financieel op een combinatie van universiteits- en vakbondsgelden. Vives spiegelde zich aan deze constructie. Een hele tijd betaalde Voka, als blijk van sympathie, een ‘Voka Leerstoel’ bij Vives. De samenwerking tussen Vives en Voka liep gesmeerd onder Jo Libeer, gedelegeerd bestuurder, maar diens opvolger Hans Maertens stopte de samenwerking. Het huidige Voka doet laatdunkend over het academisch onderzoek.