Nadat de Turkse president Recep Erdogan (AKP) Duitsland nazipraktijken verweet, doet hij nu de Nederlanders af als “nazi-overblijfselen en fascisten“. Dit omdat zowel Duitsland als Nederland zich verweren tegen de propagandacampagne die het Turks regime wil voeren naar aanleiding van het Turks referendum op 16 april over de uitbreiding van de macht van Erdogan. Met de uitzetting van de Turkse minister van Familiezaken Fatma Betül Sayan Kaya (AKP) als ongewenste vreemdeling is Nederland in een forse diplomatieke rel beland.

Meerdere Europese landen maken nu toch het punt duidelijk dat Turkse gezagsdragers die hier propaganda voeren een zaak van buitenlandse inmenging is die ze niet hoeven te accepteren. Als burgers van dit land is het nog afwachten of onze autoriteiten ook eindelijk zullen beslissen om de zaken terug in eigen handen te nemen. Iets waarvoor overigens wel degelijk juridische instrumenten voorhanden zijn. Het is dus wel degelijk een kwestie van willen eerder dan kunnen. Belgische politici die zich niet te goed voelen om ons samenlevingsmodel te verdedigen, mogen dringend eens kennis nemen van het juridisch leerstuk van de ‘weerbare democratie’.

Samenlevingsmodel

Met tientallen moskeeën die onder het gezag van het Turkse ministerie voor Geloofszaken vallen, wordt het ook tijd dat Belgische autoriteiten zich vergewissen van het feit dat het principe van scheiding van kerk en staat ook de scheiding van kerk en buitenlandse staat impliceert. We moeten toch opmerken dat we het met Erdogan hebben over een autoritair leider die een kwart van de rechters en openbare aanklagers in het land heeft geschorst, een tiende van de politieagenten, 5000 academici en 165 kranten en televisiestations heeft gesloten.

Op zijn beloop

Een pro-Erdogankrant Yeni Akit merkt ondertussen fijntjes op dat het Nederlands leger slechts 48.000 soldaten kent tegen 400.000 Turken die in Nederland leven. In Duitsland loopt dat aantal zelfs op tot zowat 3 miljoen. Deze obscene retoriek wijst indirect op een diep probleem. Namelijk dat het niet te ontkennen valt dat velen in Duitsland maar ook elders in Europa zich meer verbonden voelen met een land buiten de Europese Unie dan met het land waar ze hun leven doorbrengen. Vorig jaar bestormden sympathisanten van Erdogans AK-partij zelfs een gemeenschapscentrum van Gülen-aanhangers in Beringen. En de Erdogan-kritische Belgisch-Turkse krant Zaman is er na bedreigingen mee gestopt.

Mensen in ons land behoeven duidelijk duiding over wat postmodernisme en cultuurrelativisme met ons denken doet. We laten iedereen participeren aan de materiële voordelen van ons samenlevingsmodel maar wekken de indruk dat daar niets tegenover staat. We roepen niet op tot burgerschap, tot verantwoorde en verantwoordelijke attitude, of minstens toch veel te weinig.

Het cultuurrelativisme is sterk doorgedrongen in het maatschappelijk debat, nadat het decennia als criterium werd gehanteerd om beschouwd te worden als lid van een progressief en goedbedoelend deel van onze samenleving. Dat heeft een impliciete druk opgeleverd om zelfs in eigen land terughoudend te zijn met trots over onze Westerse waarden. Onderzoek daarentegen toont meer en meer dat welvaart veel meer afhangt van die waarden en de instituties die ermee samenhangen.

De integratie in heel wat Europese landen van nieuwkomers is gefaald. Dat dit dan op een keer zwaar mis zou lopen, stond in de sterren geschreven. Beter laat dan nooit moeten we duidelijk durven benoemen dat er te veel op zijn beloop werd en wordt gelaten. Finaal is die conclusie evengoed van toepassing op het Gents krakersverhaal waar de burgemeester weigert krachtdadig op te treden.

  • Jan V

    Het postmodernisme vond het cultuurrelativisme uit dat ons moreel moest schoonwassen van het koloniale verleden en WOII. Dit relativisme ontbrak echter in hoge mate aan inhoud, en de voorstanders ervan zijn rationeel niet aanspreekbaar.