N-VA-Kamerleden in de commissie Volksgezondheid dr. Jan Vercammen, dr. Yoleen Van Camp, Renate Hufkens en Valerie Van Peel klagen in een gezamenlijk opiniestuk een groot, maar algemeen onbekend pijnpunt in de Belgische gezondheidszorg aan. De Waalse en Brusselse zorg is volgens hen immers een pak duurder door de optrekking van ereloonsupplementen, wat de Vlaming financieel uitzweet aldus Vercammen en co.

De Kamerleden wijzen op de specifieke kwestie van de ereloonsupplementen op honoraria die ze als een pijnpunt zien. Die supplementen kunnen artsen of specialisten vrij vragen bovenop hun wettelijk voorziene vergoeding, op voorwaarde dat ze zich ‘deconventioneren’. Dat wil zeggen dat ze afzien van de afspraak (conventie) om zich aan de wettelijk bepaalde honoraria te houden.

In essentie zijn de supplementen op rekening van de patiënten, maar zij worden door de meeste hospitalisatieverzekeringen gedekt. Samengaand met die gegeven, is er het feit dat één op drie Belgische ziekenhuizen in het rood staat. Hun negatieve financiële toestand proberen ze tegen te gaan door onder andere te besparen op artsenhonoraria. Hierdoor zien ziekenhuizen én artsen zich verplicht om de ereloonsupplementen op te trekken.

Het exacte probleem met die optrekking zit volgens de Kamerleden in de verschillende regionale stijgingspercentages. De gemiddelde gestegen kost van ereloonsupplementen schommelt in Vlaanderen immers rond de honderd procent. In Wallonië valt echter een gemiddelde stijging van tweehonderd procent te bemerken en in Brussel gaat het zelfs over driehonderd procent. Ondanks dat vooral Brussel en Wallonië verantwoordelijk zijn voor de buiten proportie gestegen kosten, wordt hieraan evenredig tegemoetgekomen over het hele land. Dit betekent dat ook de Vlaming meebetaalt voor het zuiden qua bijdragen voor de hospitaalverzekeringen.