Ik ben geen bewonderaar van Donald Trump: ik kan me er niet toe brengen een bewonderaar te zijn van een casinobouwer wiens persoonlijke smaak doet denken aan dat van de gemiddelde oliesjeik. Veel geld, weinig stijl. Anders dan sommigen van mijn Amerikaanse vrienden die voor hem hebben gestemd, denk ik dat zijn grofheid en vulgariteit er wél toe doen. Ik denk ook dat het waarschijnlijk is dat het nettoresultaat van zijn politieke carrière de grip van politieke correctheid zal versterken op de harten en geesten van de jongeren. Laat dat nu net de groep zijn op wie die grip nu al meer dan sterk genoeg is.

Niettemin, sommige van de zaken die over Trump geschreven worden zijn zo buiten proportie dat het zelfs Nietzsche voorzichtig laat lijken. In The Guardian (Le Soir van het VK) stond recent nog een artikel van de kunstcriticus van de krant waarin die beweerde dat Trump een symptoom is van de recente ondergang van de Amerikaanse beschaving. Het artikel was getiteld ‘Pop art’s dream is over – and a zombie culture has begun’; de aanleiding van het stuk was een exhibitie over pop art in het British Museum in London, voornamelijk over de jaren ’60 en ’70.

Volgens deze criticus, van wie we uit zijn kledingstijl kunnen afleiden dat hij nooit uit zijn puberperiode als conformistische rebel is geraakt, was de Amerikaanse popcultuur een soort van piek in de Westerse kunstgeschiedenis. Een beetje zoals een gouden eeuw, zoals bijvoorbeeld die van Spanje of Nederland, landen die sindsdien bergaf gaan. Nu had de onbeschaafdheid gewonnen en Donald Trump is het bewijs daarvan, aldus de criticus.

Onbeschaafdheid

Het leek de criticus te zijn ontgaan dat onbeschaafdheid een verwijt is dat reeds lange tijd tegen Amerika wordt gebruikt. Niet alleen door geraffineerde Europese critici die gealarmeerd waren door Amerika’s economische sterkte en esthetische lompheid, maar ook door Amerikanen zelf. Denk maar aan Sinclair Lewis en H. L. Mencken, die de beroemde uitspraak deed dat niemand ooit arm geworden is door de smaak van het Amerikaanse publiek te onderschatten. Spijtig genoeg is dit nu waar voor de meeste volkeren ter wereld, maar ook was het nooit de volledige waarheid over Amerika.

Donald Trump Gets a Presidential Makeover

We gave Donald J. Trump a presidential makeover—because somebody has to.

Geplaatst door GQ op donderdag 26 januari 2017

De smaak en het oordeel van de criticus mogen overigens zeker in twijfel getrokken worden wanneer hij dingen zegt als:
De kunst van Jasper Johns […] geeft [de print van] een kapstok de sublieme autoriteit mee van een Rembrandt-portret…
of spreekt over “grootse Amerikaanse snoep“. Amerikaanse snoep is nooit ‘groots’ geweest, was altijd al walgelijk en zal vermoedelijk altijd walgelijk blijven: en president Trump zal dat beter noch slechter maken. Niet alles aan een groots land is groots, zelfs als het zich op haar hoogtepunt bevindt.

‘Panelgesprek’

Ik werd herinnerd aan die keer toen ik gevraagd werd om deel te nemen aan een paneldiscussie over hedendaagse kunst met de directeur van een van Londens belangrijkste publieke kunstgalerijen en een kunstcriticus van een andere krant, ditmaal vanuit conservatieve hoek. Ik vermoed dat ik gekozen werd om deel te nemen omwille van mijn gebrek aan expertise over het onderwerp.

De kunstcriticus prees de Londense kunstscène, die volgens hem de meest levendige ter wereld was.

Dat mag wel zo zijn“, zei ik, “maar al het werk kan nog niet op tegen één schilderij van Memling“.

Het publiek lachte, het lachte omdat wat ik zei zo overduidelijk waar was. De kunstcriticus raasde even, verwijzend naar het grote aantal galerijen, innovatieve artiesten enzoverder.

“Je verwart activiteit met werk,” zei ik.

Per toeval was ik gekomen tot wat voor mij een belangrijk onderscheid bleek. Eén dat minder en minder frequent gemaakt wordt, namelijk dat tussen activiteit en werk. In mijn eigen vakgebied, geneeskunde, is het onderscheid nog meer vertroebeld. In die mate dat de tijd die dokters besteden aan hun patiënten gereduceerd wordt in het voordeel van bureaucratische taken die maar weinig gerelateerd zijn, voor zover ze al gerelateerd zijn, aan het verbeteren van de gezondheid van de patiënten. Toch wordt het nog steeds ‘werk’ genoemd. En als een man zichzelf een artiest wil noemen en in die zin een activiteit uitoefent, zelfs krankzinnige activiteit, welke andere naam kunnen we het product van zijn activiteit dan geven anders dan kunst?

President Trump is een Filistijn, zonder twijfel, maar dit draagt met zich het voordeel mee dat hij er te weinig om geeft om dat beeld te wijzigen. De  ondergang die bespeurd wordt in het artikel van de kunstcriticus van The Guardian, als er al een ondergang is geweest, kan niet erg groot geweest zijn aangezien er geen grote hoogte was om bergaf van te gaan.

Doorbraak Boeken brengt binnenkort een werk uit van Edmund Burke (de geestelijke vader van het conservatisme) met een voorwoord van Theodore Dalrymple, genaamd ‘Franse Revolutie en Engelse Traditie’. U kan het hier bestellen.