Zaterdag vond in Turkije de herdenking ter gelegenheid van de 102de verjaardag van de Slag om Gallipoli plaats. Turks president Recep Tayyip Erdogan maakte van de gelegenheid gebruik om te pleiten voor de herinvoering van de doodstraf in Turkije. Voor het eerst deed hij dat in een directe oproep aan het Turkse parlement.

De herinvoering van de doodstraf moet voor Erdogan dienen om, “in overeenstemming met de wil van het volk”, de verantwoordelijken van de mislukte coup van 15 juli te kunnen straffen. Om de doodstraf opnieuw te kunnen invoeren is niet enkel een stemming van het parlement nodig, maar vervolgens ook de handtekening van de president. Erdogan zei niet te zullen aarzelen om zijn handtekening te zetten.

In zijn toespraak stelde hij verder dat “de families van de martelaren, de helden (van de mislukte coup van 15 juli) zich geen zorgen hoeven te maken.” Erdogan gelooft immers dat, “als God het wil”, na het referendum van 16 april het parlement het nodige zou doen om aan de eis van het volk, of althans van de aanwezigen, tegemoet te komen. Het is de eerste openlijke oproep aan het parlement om werk te maken van de doodstraf, zo meldt Arab News op zijn website. Op 16 april spreken de Turken zich uit over een grondwetswijziging die president Erdogan opnieuw meer macht zou moeten geven.

Einde kandidaat-lidmaatschap EU

De herinvoering van de doodstraf zou meteen het einde betekenen van de kandidatuur van Turkije om toe te treden tot de Europese Unie. Pas in 2004 werd de doodstraf in Turkije definitief afgeschaft. Dat was een van de noodzakelijke voorwaarden om tot de EU te kunnen toetreden. De laatste executie in Turkije dateerde al van 1984.

Dat de herinvoering van de doodstraf de deur tot de EU helemaal zou sluiten, is dan ook duidelijk. Het blijkt echter het laatste van de zorgen van Erdogan te zijn. Of zoals hij het zelf verwoordde: “Wat Hans en George zeggen is niet belangrijk voor mij, wat het volk zegt, wat de wetten zeggen, dat is wat er voor ons toe doet.”