842 Europeanen moesten België verlaten in 2016. Zij werden uitgezet door de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) omdat de verblijfstermijn korter was dan drie jaar, terwijl ze meer dan drie maanden afhankelijk waren van een OCMW-uitkering. Francken reageert tevreden want, die leefloontrekkers “vormen een onredelijke belasting voor ons sociaal systeem“, aldus Staatssecretaris Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) die boven de DVZ staat. Dat meldt de VRT.

Francken legitimeert de beslissing van zijn dienst met te wijzen op het feit dat de Europese regelgeving oplegt dat EU-burgers die naar een andere lidstaat verhuizen moeten kunnen instaan voor hun eigen levensonderhoud. Om dit te controleren werkt de DVZ sinds 2012 samen met de administratie die leefloonuitkering overziet (de POD Maatschappelijke Integratie dat onder minister van Maatschappelijke Integratie Willy Borsus (MR) opereert). Wie door het samen leggen van de informatiebanken eruit komt als EU-burger die hier nog geen drie jaar leeft, maar wel al meer dan drie maanden een leefloon trekt, wordt dan het land uitgezet.

Die mensen vormen een onredelijke belasting voor ons sociaal systeem”, vertelt de staatssecretaris Francken. De “onredelijke belasting” bedraagt 2.19 miljoen euro (730.350 euro maal drie maanden, uitgaande van een leefloon van 854,1 euro: het gemiddeld uitgekeerd leefloon). Ter vergelijking, in 2015 werd 102 miljoen euro uitgegeven aan leeflonen voor vluchtelingen. Dat is ongeveer 8% van het totale bedrag uitgegeven aan leeflonen in 2016: 1,28 miljard euro.

Afbeelding: SCEPTR. Data op basis van armoedebestrijding.be.
Afbeelding: SCEPTR. Data op basis van armoedebestrijding.be.

De mensen die werden uitgezet zijn voornamelijk Oost- en Zuid-Europeanen die verhuizen naar onze contreien en vervolgens bij het OCMW aankloppen. Francken verkondigt dat het gaat om een pertinent probleem dat hij streng wil aanpakken.