Vandaag verschaft De Morgen een extra bijlage bij haar krant getiteld ‘De Genderrevolutie’. Hierin wordt naar eigen zeggen door de krant onderzocht waarom je geslacht zou bepalen wie je bent en wat je doet. Ook gaan ze op zoek naar meer diversiteit in ‘de genderrevolutie’. 

Sommige deskundigen zien al in dames als Jeanne d’Arc (die leefde in de vijftiende eeuw) voorbeelden van genderdiversiteit. Toch besluit een groot aantal historici dat een grootscheepse verandering in de opvattingen over gender en seksualiteit pas in de zeventiende en achttiende eeuw opkwam. De echte verwetenschappelijking van transgenderisme liet echter op zich wachten tot het begin van de twintigste eeuw, toen de Duitse arts en seksuoloog Magnus Hirschfeld in 1910 met de term ‘travestiet’ op de proppen kwam. Hiermee bedoelde hij naast mensen die graag kleren droegen van mensen van het andere geslacht ook personen die niet leefden of zich niet goed voelden naar hun vooropgestelde genderrol.

In 1923 bracht de vooruitstrevende medicus met de term ‘transseksueel’ een volgende bijdrage. Niet alleen op theoretisch vlak, maar ook in de praktijk experimenteerden artsen al in de periode 1920 tot 1930 met geslachtsaanpassende operaties.

Transgender

Hirschfelds terminologie en gedachtegoed werden in de jaren zestig overgenomen door de Duits-Amerikaanse Harry Benjamin. Hij en zijn collega’s brachten in 1966 de transseksualiteit in kaart en zorgden ervoor dat het fenomeen meer wetenschappelijke aandacht kreeg. Vanaf de jaren zeventig kwamen deskundigen met verschillende termen, zoals ‘genderidentiteitstoornissen’ of ‘genderdysforie’, termen die nog steeds gebruikt worden in de psycho-medische wetenschappen. Onlangs schrapten Zweden en Denemarken wel genderdysforie van de lijst met psychologische aandoeningen.

Vanaf 1990 maakte de gangbare, parallelle term ‘transgender’ opgang als overkoepelende term voor alle variaties op genderbeleving. De term transgender is overigens een manier om stigmatisering en medicalisering tegen te gaan; transgenderisme was volgens andere onderzoekers dan ook geen aandoening, maar het bood juist een derde optie naast het man of vrouw zijn.

Hoewel de evolutie van genderdiversiteit zowel een Europees als Amerikaans gegeven is, blijkt vandaag vooral in de VS aandacht besteed te worden aan het fenomeen. De grotere aandacht heeft te maken met een radicaal doorvoeren van maatregelen door de Obama-regering tot het einde van vorig jaar. Onder het beleid van de voormalige president kregen transgenders meer aandacht om aan hun noden tegemoet te komen.

Door hun in snel tempo verbeterende positie blijkt echter dat transgenders ook steeds meer met tegenstand te maken krijgen. Veel Amerikanen, vaak met een conservatief-christelijke achtergrond, verzetten zich immers tegen deze maatregelen. Als gevolg vormen transgenders er een steeds dichtere gemeenschap en zonderen ze zich tegelijk in bijvoorbeeld ‘safe spaces’ aan de universiteit af van criticasters.

Gendergerelateerd geweld

Toch toonde ook Liesbeth Homans (N-VA) zich al in juli 2015 voorstander van geslachtsneutrale toiletten in gebouwen van de Vlaamse overheid. Volgens de minister past het voorstel in het streven van de Vlaamse regering om geslachtsneutraal te worden. Elke Sleurs, staatssecretaris voor Gelijke Kansen (N-VA) bepleitte trouwens zeer recent dat seksueel geweld alomtegenwoordig is in de Belgische samenleving en dat hiertegen moet worden opgetreden met onder andere een sensibiliseringscampagne. Volgens haar is gendergerelateerd geweld onaanvaardbaar en moet hiertegen op continue basis worden opgetreden.

Koen Geens (CD&V) steunt Sleurs campagne om het huidige strafrecht aan te passen, tot meer veroordelingen te komen en om een betere opvang te verzekeren voor slachtoffers van gender-gerelateerd geweld. Liesbeth Kennis van Wij Spreken Voor Onszelf, een organisatie van slachtoffers en overlevers van seksueel geweld, is van mening dat Sleurs’ campagne te hard is en dat slachtoffers (vrouwen, kinderen én mannen) met meer empathie benaderd dienen te worden.