Verkiezingsprogramma’s in Nederland doorgelicht: luchtkastelen?

0
573

Het Cultureel Planbureau (CPB) bestudeerde de programma’s van de belangrijkste Nederlandse politieke partijen. Een traditie die teruggaat tot 1983, toen enkele partijen spontaan het CPB benaderden om een doorlichting te vragen. Wie komt sterk uit de doorrekening en wie bouwt luchtkastelen op drijfzand? De resultaten zijn sinds vandaag terug te vinden in de negende editie van de publicatie ‘Keuzes in Kaart‘.

Begin november 2016 werd gestart met het verzamelen van alle dataverzamelingen over de partijgrenzen heen. Het Planbureau rekende meer dan 1.000 voorstellen en maatregelen door. Zodoende kan de Nederlander zich een beeld vormen van de betaalbaarheid van de plannen die politici maken. Zijn de beloftes realistisch of hebben we te maken met ordinaire luchtfietserij? Opvallend is dat de partij die momenteel de peilingen aanvoert, de PVV, geen behoefte heeft aan de doorrekening van het CPB. Op zich valt er in het geval van de Partij voor de Vrijheid dan ook weinig te calculeren. Geert Wilders voert namelijk campagne met een partijprogramma van welgeteld 1 A4’tje. Ook de ouderenpartij (50Plus), de dierenpartij (PvdD) en de beweging rond de rechtsconservatieve publicist Thierry Baudet (FvD) zijn niet opgenomen in het analyserapport.

Koopkracht en lastendruk

Het cijfermateriaal bevestigt, in heel wat gevallen, de ideologische bovenbouw. Zo gaan de uitkeringsgerechtigden er het meeste op achteruit in de plannen van de liberale VVD (-1,2%) terwijl deze groep er qua koopkracht juist op vooruit gaat bij de sociaaldemocratische PvdA (+1,0%) en radicaal-linkse SP (+3,2%). Indien de politici zich houden aan hun verkiezingsprogramma, dan gaat de publieke dienstverlening op de schop. Alle partijen – op PvdA na – willen snijden in de post ‘openbaar bestuur’. In ’s Gravenhage zijn ze ervan overtuigd dat de ‘overhead’ bij de beambten goed is voor zo’n 1,2 miljard euro. De besparing in het ‘openbaar bestuur’ kan echter niet voorkomen dat het gros van de partijen de overheidsuitgaven verder laat aandikken in de komende legislatuur. Enkel het conservatief-libertaire VoorNederland (VNL) en de VVD laten de uitgaven dalen.

De liberale spelers (VVD, VNL en D66) willen in de komende 5 jaren bezuinigen op zorg. Hoe deze uitgaven naar omlaag kunnen in een tijd van doorzettende vergrijzing, is nog maar de vraag. Enkel een verregaande privatiseringsgolf en een stijging van het eigen te dekken risico, biedt hier een uitweg. Desondanks stelt het Centraal Planbureau dat de algehele lastendruk voor de gezinnen zal dalen, indien de plannen van VVD en VNL worden doorgevoerd. Dit duo laat tevens de collectieve lastendruk dalen met respectievelijk 12 en 26 miljard. Ook de lasten op arbeid gaan bij de liberale partijen sterk naar omlaag. De PvdA voelt echter weinig voor dit alles en laat de lastendruk collectief stijgen met 10 miljard.

De VVD blijft ondertussen de partij van ‘ik ben blij dat ik rij’. De ploeg van Mark Rutte wil de uitgaven voor weginfrastructuur jaarlijks met 0,4 miljard verhogen. GroenLinks komt dan weer als beste uit de test, voor wat betreft het oplossen van de fileproblematiek. Het hoeft niet te verbazen dat de ecologisten niets voelen voor meer asfalt. Door lasten te verzwaren zullen velen de auto laten staan, waardoor de congestieproblemen als vanzelf afnemen, zo redeneren ze bij GroenLinks.

Baudet: Planbureau verspreidt nepnieuws

Het CPB stelt dat er dit keer “echt wat te kiezen valt” in het stemhokje, aangezien de resultaten en de plannen van de partijen zo ver uit elkander liggen. Vraag blijft echter: Is de kiezer wijzer geworden, dankzij deze berekening van bijna 400 pagina’s? Het antwoord hierop is dubbel: Neen, aangezien iedere partij altijd wel goed scoort op minstens enkele parameters. Het is de kunst om in de campagne  als ‘spindoctor’ uiteraard deze specifieke kerngetallen in de verf te zetten. Ja, want op zijn minst wordt duidelijk gemaakt dat beloftes geld kosten.

De kwantitatieve analyse kijkt verder dan de waan van de dag. Ook omdat de berekening rekening houdt met effecten op zowel de korte als langere termijn. Zo leren we dat de sociaaldemocraten op korte termijn de werkgelegenheid fors helpen aanzwengelen. Echter, deze extra jobs (+40.000) komen er in de publieke sector. De rechtse partijen willen door lastenverlaging banen in de privésector. Dit positieve effect zou pas over enkele jaren zichtbaar zijn.

Thierry Baudet (Forum voor Democratie) noemde eerder het Centraal Planbureau (CPB) “de grootste verspreider van nepnieuws in Nederland”. Ironisch want Baudet stelt dat zijn partij op 6 zetels staat in de peilingen, terwijl geen énkele peiling zijn FvD hoger schat dan 1 zetel. Baudet baseert zich, naar eigen zeggen, op een interne enquête die peilt naar het bereik op de sociale media. Dat ‘bereik’ niet hetzelfde is als effectief stemmen, lijkt Baudet te vergeten.

Voor de nieuwe rechtse partijen zoals FvD, VNL en GeenPeil is het momenteel ploeteren. Geen van de nieuwkomers komt – in de reguliere peilingen – van de grond. Het is voor ‘nieuw-rechts’ schier onmogelijk om zich in de huidige campagne tussen de twee mastodonten te wringen. De nakende verkiezing voor de Tweede Kamer verwordt steeds meer tot een tweestrijd tussen Mark Rutte (VVD) en Geert Wilders (PVV). Zij bepalen, de rest is op achtervolgen aangewezen. Zo valt, bijvoorbeeld, het lijsttrekkersdebat bij de commerciële televisiezender RTL wat in het water, omdat VVD en PVV allebei beslist hebben hun kat te zullen sturen. Normaliter gaat dat door met de grootste partijen, maar nu is het met de kleinere CDA, D66, GroenLinks, PvdA en SP te doen.