De revolutie in de Waalse politiek

0
2499

Verleden week publiceerden de kranten van Sudpresse de resultaten van een nieuwe peiling, de eerste uitgevoerd na het openspatten van de Publifin-affaire. Het peilingsbureau iVox peilde alleen in Wallonië, en misschien daarom kreeg de peiling in de Vlaamse media zo goed als geen aandacht. Onterecht, want deze peiling bevestigt dat de PTB goed op weg is de grootste partij van Wallonië te worden. En dat heeft grote gevolgen voor Vlaanderen.

Eerst de cijfers. De PS blijft (voorlopig) de grootste partij met 21,3 procent. Ze wordt echter op de voet gevolgd door de MR, die 20,7 procent haalt. Gezien de foutenmarge van ongeveer drie procent zijn de twee partijen aan mekaar gewaagd. De extreem-linkse PTB van Raoul Hedebouw en Peter Mertens moet met 17,4 procent voorlopig nog wat afstand houden, maar is niet ver meer verwijderd van een eerste plaats. Herinner dat de partij op 25 mei 2014 slechts 5,5 procent haalde. Ze heeft met andere woorden haar aanhang in de peilingen op minder dan drie jaar tijd verdrievoudigd.

De peilingsresultaten.
De peilingsresultaten.

De middenmoot wordt door Ecolo en cdH gevormd, met 13,7 en 10,1 procent respectievelijk. Daarmee eindigt Ecolo opnieuw vóór cdH, en deze keer zelfs met enige afstand. CdH worstelt al een tijdje met de drempel van de tien procent. De Parti Populaire overstijgt in deze peiling de kiesdrempel, met een score van 6,9 procent, terwijl Défi (het vroegere FDF) er met 4,5 procent net onder het criterium blijft. De andere partijen halen samen 5,5 procent.

Ramp voor PS (en velen willen Di Rupo weg)

Laat er geen twijfel over bestaan: deze peiling is een absolute ramp voor de PS. Nog niet zo heel lang geleden was de partij het gewoon vlotjes boven de dertig procent te peilen. Met 21,3 procent bereikt ze een absoluut dieptepunt, en begint zelfs de psychologische drempel van de twintig procent te wenken.

Ook voor partijvoorzitter Elio di Rupo persoonlijk was de uitslag van de peilingen geen pretje om te lezen. Het peilingsbureau stelde immers ook de vraag of hij volgens hen nog aan kon blijven als voorzitter van de PS. Slechts 37 procent vond van wel, terwijl 47 vond dat hij beter vertrok. Ook onder de PS-kiezers taant het vertrouwen in hem. Een kleine 67 procent wil hem nog steeds behouden als voorzitter, maar meer dan 27 procent ziet hem liever ontslag nemen.

Niet of maar wanneer de PTB de grootste wordt?

Overigens is de vraag al lang niet meer of de PTB binnenkort de grootste partij van Wallonië wordt, maar wel wanneer. Een eenvoudige wiskundige oefening van lineaire regressies en extrapolaties levert het antwoord: in oktober van dit jaar steekt de PTB de MR voorbij, en in januari van volgend jaar de PS. Er zijn echter vier goede redenen om zulke oefening af te wijzen als complete nonsens. Ten eerste zijn peilingen feilbaar, men hoeft maar naar de overwinning van Donald Trump in de VS te kijken. Ten tweede worden peilingen extra onbetrouwbaar naarmate de vorige verkiezingen verder in het verleden liggen, en zeker als de verschillen hoog beginnen op te lopen.

Een wiskundige verdertrekking van de resultaten.
Een wiskundige extrapolatie van de resultaten.

In het geval van de PTB is dit ondertussen al meer dan een verdrievoudiging, wat men rustig fenomenaal kan noemen. Ten derde is het onzin om lineaire regressies toe te passen op peilingen: zo werkt de dynamiek van de politieke voorkeuren in een bevolking nu eenmaal niet. Een extrapolatie, tot slot, is altijd al een bijzonder twijfelachtige methode geweest om voorspellingen te doen. In dit geval is het dus een hoogste onbetrouwbare kers op een bijzonder wankele peilingentaart.

Alleen: de PS zit de laatste tijd onder de curve van de lineaire regressie, en de PTB zit er al een tijdje boven. Of met andere woorden: de trend van de laatste peilingen is dat het allemaal nog veel sneller aan het lopen is dan wat de wiskundige oefening van hierboven suggereert. Ze lezen het ongetwijfeld met veel plezier in het hoofdkwartier van de PVDA/PTB, en met afgrijzen bij de PS.

MR of PTB in de Waalse regering?

We hoeven echter niet eens vooruit te kijken om in te zien dat de volgende regeringsvorming in Wallonië geen sinecure wordt. Zoals de zaken er nu voorstaan, zullen er minstens drie partijen nodig zijn om een meerderheid te vormen. PS en MR komen samen immers niet meer aan 45 procent. De vraag is dan in de eerste plaats wat de PS van plan is. Een regenboogcoalitie van PS, cdH en Ecolo behoort tot de mogelijkheden, maar heeft niet veel overschot meer. Of wil de PS de PTB terug klein krijgen door ze in een regering te lokken, samen met cdH (of eventueel Ecolo)?

Andere mogelijkheid: een klassieke tripartite met PS, MR en cdH, of een heruitgave van paars-groen met PS, MR en Ecolo. Over de federale regeringsvorming hoeft dan zelfs niet meer verder nagedacht worden, en misschien is ook de Vlaamse regering dan in één moeite beklonken. Gemeenschappelijke noemer voor al deze coalities: de PS zit opnieuw in de Waalse regering. En als de cdH haar wagentje onvoorwaardelijk aan dat van de PS blijft koppelen, doen zij dat ook.

Of PS voluit in de oppositie?

Het alternatief zou zijn dat een ontredderde PS resoluut voor de oppositie op alle niveaus zou kiezen, federaal en regionaal. Niet bepaald de meest voor de hand liggende keuze voor een machtspartij als de PS. Het is bovendien lang niet zeker dat de partij versterkt zou komen uit de vijf jaar lange tocht door de woestijn van het regeren. En vooral, het zou de andere partijen volledig voor het blok plaatsen: MR, cdH en Ecolo moeten dan wel samen een regering vormen, of anders wenkt de chaos. De Waalse kiezer wikt, maar het partijhoofdkwartier van de PS zal nog steeds beschikken.