De Amerikaanse president Trump komt in mei naar Brussel om het nieuw hoofdkwartier van de NAVO officieel te openen. Een grote feeststemming zal het alvast niet worden. Daarvoor is het wantrouwen tegenover de Amerikaanse president te groot.

Het stoorde de Amerikanen al langer dat er te weinig werd geïnvesteerd in defensie door de Europese partners. Wanneer men met deze kritiek werd geconfronteerd luidde het antwoord doorgaans: “we moeten besparen door de effecten van de financiële crisis” of “we steunen de Amerikanen in Afghanistan”.

Het valt te zien of de Verenigde Staten deze redenen nog zullen aanvaarden. Alvast president Trump en zijn defensieminister Mattis gaven te kennen dat het geduld op is. Bij de top in Wales van 2014 werd afgesproken dat alle landen 10 jaar de tijd krijgen om hun defensiegeld op te krikken naar de  vereiste 2% van het BBP. Het is nog maar de vraag of dit voldoende zal zijn.

Alvast het Belgisch leger heeft amper nog zware landmiddelen, de zeemacht is over het algemeen verouderd en ook de toestellen van de luchtcomponent zoals de F-16 moeten worden vervangen. We geloven niet dat een geleidelijke opbouw van het defensiegeld naar 2024 voldoende zal zijn om dit allemaal op te vangen.

Op dit moment zijn er slechts vijf lidstaten die aan de 2%-norm voldoen: De VS, Estland, Polen, Griekenland, het Verenigd Koninkrijk. België geeft amper 0,85% uit, de hekkensluiter is Luxemburg met 0,4% van het BBP.

De bijdrage van de Europese lidstaten zal daardoor een onderwerp blijven voor de komende jaren.

Politieman of poortwachter

Op dit moment zijn er ook inhoudelijke zaken die de NAVO bezighouden. Allereerst is er het versterken van Oost-Europa. Er zijn permanente rotaties van militaire eenheden in de Baltische staten en zwaar militair materieel wordt verscheept richting Roemenië. Er zijn ook plannen om de commandostructuur van de organisatie te wijzigen, zonder hierbij in details te treden.

De NAVO houdt zich ook bezig met cyberbeveiliging. Maandelijks zijn er zo een 500 incidenten waarbij NAVO-personeel moet tussenkomen. Tot slot geeft de organisatie ook opleidingen voor Iraakse officieren in de omgeving van Bagdad en in Jordanië.

Bij dat laatste kan men zich afvragen of dit wel behoort tot de prioriteiten van de organisatie. Is het de taak van een defensieorganisatie om wereldwijd politieagent te spelen of moet men zich focussen op het verdedigen van haar lidstaten?