Volgens een artikel in The Observer, de Britse zondagskrant met de onverbeterlijke correcte visie, hebben jonge vrouwen in reactie op Trump overgegeven op universiteitscampussen, dingen in brand gestoken, in tranen uitgebarsten en naar hun ouders gebeld om troost. Het zijn blijkbaar ook goeie tijden voor psychotherapeuten: Democratische middenklassers struikelen over elkaar om een afspraak te krijgen en hun psychologisch trauma te verwerken.

Hoe is deze combinatie van emotionele incontinentie en overdreven kwetsbaarheid kunnen ontstaan? Er komt, uiteraard, een grote portie exhibitionisme bij aan te pas: wat zou het punt zijn van jonge vrouwen die braken na kiesresultaten, tenzij publiekelijk? Dit toont aan anderen hoezeer men zich slecht voelt over de resultaten en dus hoe goed men is. En wat betreft dingen in brand steken, kunnen drijfveren en gevoelens zo nog dieper gaan?

Ik geloof weinig in wetenschappelijke validiteit van psychiatrische diagnoses, maar soms zijn ze best handig wanneer je mensen wilt bekritiseren. Het kan toch niet anders dat de jonge vrouwen die zo moesten overgeven, zich exhibitionistisch gedroegen? Lijkt het er niet op dat ze lijden aan de symptomen van theatrale persoonlijkheidsstoornis, namelijk overdreven emoties, buitensporige dramatiek, snel wisselende stemmingen, onaangepast gedrag en het delen van de misvatting dat oppervlakkige relaties in feite diepgaand zijn?

Zelfs deze vrouwen konden met moeite hun emoties op braak-intensiteit lang aanhouden; hun emoties waren slechts bij momenten vurig en, uiteindelijk, oppervlakkig. Door over te geven, in het gezelschap van elkaar, dacht men misschien een diepe band te smeden en uitdrukking te geven aan een diepgaande vriendschap, terwijl het enige wat men in feite deed elkaar imiteren was. Hun excessieve angst voor persoonlijke afwijzing (nog een symptoom van theatrale persoonlijkheidsstoornis) liet hun niet toe om zich anders te gedragen dan hun collega’s. Iemand die gewoon de kiesresultaten betreurde en doorging met zijn of haar leven zou als ongevoelig worden aanschouwd door deze vrouwelijke activisten. Het ergste wat men kan zijn dezer dagen.

Het Lijden van de jonge Werther

Ik vermoed dat deze vrouwen op een zeker niveau zich bewust waren dat ze eerder een rol aan het spelen waren dan wel spontaan en oprecht reageerden op wat zij zien als slecht nieuws. Uiteraard is zo’n soort van acteren niets nieuws in de geschiedenis van de mensheid. Wanneer Goethe zijn briefroman uitbracht, ‘Het Lijden van de jonge Werther‘, zouden jonge mannen over gans Europa zelfmoord gepleegd hebben teneinde als even gevoelig gezien te worden als de jonge Werther. In de psychiatrie is dit nog steeds bekend als het ‘Werther effect‘, ook nog wel ‘copycat suicide’ genoemd. Telkens wanneer een personage in een televisiedrama zelfmoord pleegt, is er een korte stijging op te merken in de zelfmoordstatistieken. Met andere woorden, oppervlakkigheid en onnozele zelf-dramatisering kan ernstige gevolgen hebben.

Terwijl emotionele incontinentie niets nieuws onder de zon is, denk ik wel dat het meer en meer voorkomt. Dit in die mate dat Gramscianen zouden spreken van culturele hegemonie. Nooit eerder hebben zoveel mensen zichzelf verplicht gevoeld om hun deugdzaamheid te demonstreren door hun buitensporige emotie zo te etaleren. Voormalig vice-president Joe Biden (DEM) moest een traan laten wanneer ex-president Barack Obama (DEM) de Presidentiële Vrijheidsmedaille aan hem schonk; Obama moest even huilen toen hij vrouw Michelle vermeldde in een van zijn laatste speeches. Hoe dan kunnen deze mannen ook maar iets anders zijn goede mensen?

Victoriaanse tijden

We denken terug aan de mensen die leefden tijdens de heerschappij van Brits koningin Victoria als bijzonder sentimenteel, maar ik denk dat we hen in ons stof achterlaten. Oscar Wilde was immers een Victoriaan, en hij zei van een grotesk sentimentele scene in één van Charles Dickens’ zijn boeken, ‘The Old Curiosity Shop, dat enkel een man met een stenen hart kon lezen over de dood van ‘Little Nellzonder te lachen. En tijdsgenoot Lewis Caroll illustreerde precies, in zijn ‘The Walrus and the Carpenter‘, de valse aard van zoveel sentiment voor middel van het personage Walrus die oesters aansprak die niet wouden opgegeten worden:

“Ik huil voor u,” zei de Walrus:

“Ik leef met je mee.”

Met tranen en tuiten koos hij uit

Deze van de grootste soort,

Zijn zakdoek houdende

Voor zijn lopende ogen.

Het verschil met vandaag is dat hij zou overgegeven hebben.

  • Anka Coppens

    Velen lijken gechoqueerd door het ‘America First’-nationalisme van Trump. Maar is de systematische achterstelling van de eigen bevolking t.o.v. de migranten uit andere culturen niet de oorzaak van vrijwel alle problemen waarmee West-Europa thans wordt geconfronteerd (economische en culturele achteruitgang, failliet welvaartsstaat, onveiligheid, terreur, slecht onderwijs, etc.)?

  • Erik Claessens

    Er komt veel melodrama aan te pas om aan te tonen hoe weldenkend men wel is. Meryl Streep leverde onlangs een prachtig staaltje method-acting af: bibberende stem, biggelende tranen, meelijwekkende gebaartjes, een accent uit “Sophie’s choice”. U weet wel, concentratiek(r)ampachtig. Niets van dat alles bij de vrouwensteniging door de Taliban, of bij de homo-gruwelmoorden door IS. Die laatste gebeurtenissen raken de koude kleren van Meryl niet. Ze wist er niets van, ze was er niet bij.

  • 方腾波

    碰瓷 pèngcí is de juiste benaming van dit fenomeen.
    In China is het een eeuwenoude “traditie” om pèngcí in te huren bij een betoging of incident.
    Pèngcí, letterlijk
    “porselein aanraken” zijn gewiekste komedianten / sjacheraars / lobbyisten. Pèngcí lokken vaak extra incidenten uit of verwonden zichzelf om toch maar in beeld te komen. Chinese journalisten en politie herkennen ze onmiddellijk, maar westerse journalisten in China kennen het fenomeen blijkbaar niet. In onze westerse media zie je bijna altijd beelden van de pèngcí bij een betoging in China. In mijn niewste boek over China besteed ik een hoofdstuk aan het fenomeen van de Pèngcí in China

  • 方腾波

    Pèngcí 碰瓷 is de juiste benaming van dit fenomeen.
    In China is het een eeuwenoude “traditie” om pèngcí in te huren bij een betoging of incident.
    Pèngcí, letterlijk “porselein aanraken” zijn gewiekste komedianten / sjacheraars / lobbyisten. Pèngcí lokken vaak extra incidenten uit of verwonden zichzelf om toch maar in beeld te komen.
    De Chinese overheid probeert de woeker van de pèngcí uit te roeien met meer openbaarheid van bestuur. In oktober is er een proefproject opgestart om _alle_ rechtszaken met life streaming (via WeChat) online te brengen zodat er geen onduidelijkheid meer kan bestaan ivm een uitspraak van een rechtbank.
    Chinese journalisten en politie herkennen de pèngcí onmiddellijk, maar westerse journalisten in China kennen het fenomeen blijkbaar niet. In onze westerse media zie je bijna altijd beelden van de pèngcí bij een betoging in China. In mijn nieuwste boek over China besteed ik een hoofdstukje aan het fenomeen van de Pèngcí in China.

  • 方腾波

    Pèngcí 碰瓷 is de juiste benaming van dit fenomeen.
    In China is het een eeuwenoude “traditie” om pèngcí in te huren bij een betoging of incident.
    Pèngcí, letterlijk “porselein aanraken” zijn gewiekste komedianten / sjacheraars / lobbyisten. Pèngcí lokken vaak extra incidenten uit of verwonden zichzelf om toch maar in beeld te komen.
    De Chinese overheid probeert de woeker van de pèngcí uit te roeien met meer openbaarheid van bestuur. In oktober is er een proefproject opgestart om _alle_ rechtszaken met live streaming (via WeChat) online te brengen zodat er geen onduidelijkheid meer kan bestaan ivm een uitspraak van een rechtbank.
    Chinese journalisten en politie herkennen de pèngcí onmiddellijk, maar westerse journalisten in China kennen het fenomeen blijkbaar niet. In onze westerse media zie je bijna altijd beelden van de pèngcí bij een betoging in China. In mijn nieuwste boek over China besteed ik een hoofdstukje aan het fenomeen van de Pèngcí in China.

  • Miguel Gisquiere

    Ik noem dit gewoon ‘waan van de dag’ sentimenten.