Op dinsdag 10 januari hield president Barack Obama zijn afscheidsspeech. Begin januari verscheen al een reeks Exit Memo’s van Obama’s kabinetsleden over de vooruitgang die – volgens Obama – de afgelopen acht jaar werd geboekt en welke uitdagingen er nog wachten. In zijn begeleidend schrijven is Obama wel heel optimistisch over het gevoerde buitenlands beleid: “bijna elk land op de wereld ziet de VS sterker en meer gerespecteerd dan acht jaar geleden.”

Obama werd bij zijn aantreden, en eigenlijk al tijdens de verkiezingscampagne in 2008, door sommigen verwelkomd als iemand met een meer realistische visie op het buitenlands beleid na twee ambtstermijnen van George W. Bush. Bush zijn buitenlands optreden werd gekenmerkt door neoconservatief interventionisme, met twee oorlogen in Afghanistan en Irak tot gevolg. De eerste kon aanvankelijk nog gerechtvaardigd worden door de aanslagen van 11 september 2001. De inval in Irak, terwijl de klus in Afghanistan allesbehalve geklaard was, mag echter gezien worden als “de grootste strategische blunder sinds Hitler de Sovjet-Unie aanviel,” aldus David Kilcullen, een Australische expert in terrorismebestrijding én architect van de troepenopbouw tijdens de ‘Surge’ in Irak in 2007-2008 onder bevel van generaal David Petraeus.

Na deze aanvankelijk succesvolle troepenopbouw die het geweld in Irak drastisch wist te controleren en verminderen, miskeek Obama zich op een tijdelijke en omkeerbare situatie. Eind 2011 trok Obama de laatste VS-troepen terug en verzekerde hij dat het oorlogstij aan het keren was. Tegen de zomer van 2014 was er echter een nieuwe terreurorganisatie in opmars, Islamitische Staat (IS), die het door de Amerikanen moeizaam opgebouwde Iraakse leger op de vlucht deed slaan. De oorlog in Irak was terug en al snel zou het conflict verstrengeld geraken met de complexe burgeroorlog in buurland Syrië.

Obama beloofde de oorlog in Irak tot een ‘verantwoordelijk einde’ te brengen en de oorlog in Afghanistan te winnen. Hij zal zijn ambt verlaten zonder een van beide te hebben verwezenlijkt. Bij gebrek aan een duidelijke strategie zette Obama in werkelijkheid de ‘Global War on Terror’ van Bush niet alleen voort maar breidde die ook nog eens uit. Het soort operatie dat Osama bin Laden uitschakelde werd veelvuldig gebruikt om jihadistische leiders te doden, samen met drone strikes die regelmatig burgerslachtoffers eisen.

Donald Trump zal beide oorlogen erven van Obama, net zoals Obama deze erfde van Bush.

Afghanistan: de vergeten oorlog

Men gaat nogal makkelijk voorbij aan het evidente: de oorlog in Afghanistan is het langste conflict in de Amerikaanse geschiedenis, meer dan vijftien jaar lang en zonder zicht op een exit-strategie. Het viel op hoezeer de Amerikaanse militaire activiteit in Afghanistan ontbrak in de verkiezingsdebatten tussen Trump en Clinton.

Operation Enduring Freedom werd gelanceerd begin oktober 2001 en formeel beëindigd eind december 2014. De val van het Talibanregime was het belangrijkste resultaat. Nochtans bevinden zich heden nog meer dan 13.000 NAVO-troepen in Afghanistan, waarvan een 10.000-tal Amerikanen. Sinds januari 2015 tracht men met de opvolgmissie Resolute Support, waar ook België aan deelneemt, de Afghanen militair te ondersteunen. De aantallen zijn uiteraard ruim onvoldoende en louter window dressing want er zijn tevens zo’n 26.000 militaire contractors (huurlingen) die het werk overnemen. Amerikaanse bombardementen hebben sindsdien een drieduizendtal slachtoffers geëist. Het conflict is dus verre van beëindigd: de Taliban controleren meer gebied dan in 2001. Ook Al-Qaida en IS realiseerden een versterkte aanwezigheid.

De veiligheidssituatie in Afghanistan, in november. http://www.understandingwar.org
De veiligheidssituatie in Afghanistan, november 2016. Kaart: http://www.understandingwar.org

Het lijkt er op dat Obama dacht de oorlog in Afghanistan afgelopen te kunnen verklaren. Helaas werkt de vijand niet mee. Tijdens zijn eerste jaar (2009) riskeerde Obama een gok met een troepenopbouw tot zo’n 100.000 man, om in navolging van de Irak-Surge het tij te keren tegen de Taliban en om de VS een eervolle exit te gunnen. Deze keer met generaal Stanley McChrystal in de rol van reddende engel. Van een militaire overwinning was en is echter geen sprake. Militaire experts verwachten dit jaar een nieuw Taliban-offensief. Er staan Trump dus moeilijke beslissingen te wachten. Afghanistan wordt ongetwijfeld een van de eerste hete hangijzers die op zijn bureau zal belanden.

Uitdagingen

Er presenteren zich nog tal van andere buitenlandse uitdagingen. In het Israëlisch-Palestijns conflict draaiden goed bedoelde pogingen om vrede te brengen tussen Joden en Palestijnen uit op een reeks vernederingen: Israëlische nederzettingen bleven uitbreiden, Hamas werd sterker, en de tweestatenoplossing die zowel Amerikaanse president Bill Clinton, George Bush Jr. als Barack Obama voorstonden is nu dood en begraven.

Obama’s reactie op de Arabische lente was evenmin een succes. De VS hielpen om de Egyptische president Hosni Moebarak af te zetten, en de nieuwe islamistische regering van Mohammed Morsi te installeren, om nadien een oogje dicht te knijpen toen een militaire coup Morsi op zijn beurt afzette en opnieuw een dictatuur werd geïnstalleerd onder leiding van generaal Abdel Fattah el-Sisi. In Libië hielp de Amerikaanse luchtmacht om Khaddafi omver te werpen met een failed state waar IS actief is als resultaat.

Sinds 2011 heeft Obama meermaals verklaard dat Syrisch president Bashar Al-Assad weg moest in Syrië ondanks het feit dat er geen goede manier was om zijn exit te verzekeren en er weinig plausibele kandidaten zijn om hem te vervangen. Syrië is vandaag een puinhoop en Assad is nog steeds aan de macht. Het hele gegeven heeft Turkije, een Amerikaanse bondgenoot sinds de Koude Oorlog, in de armen van Rusland geduwd.

Het oordeel van Stephen Walt, prof. Buitenlandse betrekkingen en prominente realist, is dan ook duidelijk: “Het doet me pijn om het te zeggen maar het Midden-Oosten zal er slechter aan toe als hij (Obama) zijn ambt verlaat dan wanneer hij aantrad. De VS zijn niet als enige verantwoordelijk voor deze onfortuinlijke trend maar ons herhaaldelijk optreden heeft bijkomende chaos gecreëerd en zowel vriend als vijand van ons vervreemd.”

Walt zijn grootste kritiek is echter dat Obama nooit precies wist wat hij wou bereiken in het Midden-Oosten, afgezien van Iran te stoppen een kernbom te ontwikkelen. Het resultaat was een reeks onsamenhangende improvisaties.

Geen doctrine, geen strategie

Ironisch genoeg is de welbespraakte Obama er nooit in geslaagd om klaar en duidelijk de Amerikaanse belangen af te bakenen. We mogen aannemen dat hij een afnemend belang ziet in het Midden-Oosten en een toenemend belang voor Azië. Maar ook Obama was een overtuigd aanhanger van het Amerikaans exceptionalisme, kortweg het geloof dat de VS uitverkoren zijn om de geschiedenis een handje te helpen. Daarin verschilt hij niet van pakweg George W. Bush, wat zijn sympathisanten ook mogen beweren.

In tegenstelling tot Bush is er geen sprake van een Obama-doctrine. Als presidentskandidaat in 2007 verklaarde Obama de protestantse theoloog en realist Reinhold Niebuhr tot zijn favoriete filosoof. Dat was echter vooral in zijn woorden terug te vinden, niet zozeer in zijn beleidsdaden. Op het vlak van buitenlands beleid blijken de gelijkenissen tussen Republikeinen en Democraten veel groter dan de verschillen.

Enter Donald Trump

De vraag is of Donald Trump in staat zal zijn om deze consensus te doorbreken, zoals hij heeft beloofd. Trump ziet zichzelf als een dealmaker. In zijn boek ‘The America We Deserve’ uit 2000 laat hij zijn licht schijnen op het buitenlands beleid na de koude oorlog: “In the modern world you can’t very easily draw up a simple, general foreign policy. I was busy making deals during the last decade of the cold war. Now the game has changed. The day of the chess player is over. Foreign policy has to be put in the hands of a dealmaker.”

Naar aanleiding van zijn kandidatuur voor het presidentiële ambt publiceerde Donald Trump ‘Crippled America: How to Make America Great Again’ (2015). Het hoofdstuk over buitenlands beleid is getiteld ‘Fighting for Peace’. Daarin geeft hij kritiek op de huidige consensus wat buitenlands beleid betreft. Veel komen we echter niet te weten over zijn geopolitieke visie, met uitzondering van: “When you’re digging yourself deeper and deeper into a hole, stop digging.”

America First?

De vraag is welk buitenlands beleid hij daadwerkelijk zal voeren eenmaal hij ingezworen is als 45ste president van de VS. Daarom is het belangrijk te kijken naar zijn kabinetskeuzes. De drie belangrijkste functies daaromtrent zijn de minister van buitenlandse zaken (State Department), defensie (Pentagon) en de nationale veiligheidsadviseur. De keuze van Trump viel voor buitenlandse zaken op Rex Tillerson (64 jaar), CEO van ExxonMobil, die meteen al op de korrel werd genomen door sommige Republikeinen vanwege zijn nauwe banden met Rusland.

James Mattis (66 jaar) zal het Pentagon leiden en is als voormalig generaal van de Mariniers, CENTCOM-bevelhebber en opvolger van generaal Petraeus gerespecteerd, ook bij de Democraten. Zijn bijnamen ‘Mad Dog’ en ‘Warrior Monk’ zeggen iets over zijn havikgehalte maar evenzeer over zijn intellectuele capaciteiten.

Michael Flynn (57 jaar) wordt als nationale veiligheidsadviseur een belangrijke raadgever voor Trump. Hij is luitenant-generaal en voormalig directeur van de Defense Intelligence Agency, de militaire inlichtingendienst. Nationale veiligheidsadviseurs hebben in het verleden al een doorslaggevende rol kunnen spelen. Dat geldt niet meteen voor Susan Rice, die Obama adviseert maar ronkende namen zijn uiteraard Henry Kissinger (onder Nixon en Ford), Brent Scowcroft (onder Ford en Bush sr.), Zbigniew Brzezinski (onder president Jimmy Carter), Colin Powell (onder president Ronald Reagan) en Condoleezza Rice (onder Bush jr.). Flynn wordt als pro-Poetin gezien door de Republikeinse anti-Rusland-haviken. Afgelopen zomer publiceerde hij dan weer het boek ‘The Field of Fight’, samen met de neoconservatief Michael Ledeen, over hoe wereldwijd oorlog dient te worden gevoerd tegen de radicale islam. Ledeen verwierf enige bekendheid tijdens de eerste ambtstermijn van George W. Bush. Aan hem wordt de Ledeen-doctrine, eigenlijk een boutade, toegeschreven: “Every ten years or so, the United States needs to pick up some small crappy little country and throw it against the wall, just to show the world we mean business”. (“Elke tien jaar ofzo moeten de VS een of andere kleine pipistaat oppakken en tegen een muur gooien. Gewoon om aan de wereld te tonen dat het ons menens is.”)
Andrew Bacevich, een Vietnam-veteraan, voormalig kolonel en professor buitenlandse betrekkingen aan de universiteit van Boston is een van de belangrijkste critici van het Amerikaans buitenlands beleid. Zijn recentste boek ‘America’s War for the Greater Middle East duidt de Carterdoctrine aan als het beginpunt van wat tegenwoordig de ‘long war’ is gaan heten: de poging om het Midden-Oosten te transformeren. Vanuit zijn conservatieve opvattingen pleit hij voor een realistisch buitenlands beleid en velt hij een streng oordeel over de kabinetskeuzes van Trump: “De benoeming van Flynn kan niet gezien worden als goed nieuws. Flynn is een ideoloog en islamofoob. In zoverre hij een visie heeft, lijkt het dat de wereld vijandig is en de VS hun inspanningen moeten verdubbelen om, als het ware, de draken te doden.”

Mattis en Tillerson “seem to be adults” (“lijken op volwassenen). Maar waar staan ze voor, vraagt Bacevich zich af. “Uiteraard vind ik het niet veelbelovend om de CEO van een grote oliemaatschappij het State Department te laten leiden.” “Mattis wordt bijzonder gerespecteerd in het leger. Hij is een slimme kerel, die in tegenstelling tot Trump boeken leest en ideeën serieus neemt. Maar wat betekent het om een viersterrengeneraal die de laatste 15 jaar oorlogen heeft beheerd de leiding te laten nemen van Defensie? Het is niet duidelijk wat we kunnen verwachten”, besluit hij.