Eerder deze week beëindigde de Mars Orbiter Mission (MOM) een cruciale wijziging in haar koers. Het Indische ruimtetuig wil daardoor enkele langdurige zonsverduisteringen ontwijken in februari. De bijsturing moet de levensduur van de missie verder verlengen. En dat nadat de succesvolle missie al een stuk langer duurt dan oorspronkelijk voorzien. Met een bescheiden budget plaatst India zich in het spoor van de traditionele ruimteagentschappen.

ISRO

Na het Amerikaans, Russisch en Europees ruimteprogramma staat het ISRO (Indian Space Research Organisation) vandaag stevig op nummer 4 in de wereld. De prestatie met het meeste weerklank? De lancering van MOM op 5 november 2013, om 298 dagen later succesvol in een baan rond Mars te komen. India is daarmee het eerste land waar dergelijk project vanaf een eerste poging is gelukt.

Het aankomende probleem van de zonsverduisteringen in februari was oorspronkelijk niet voorzien. Ondertussen loopt de missie al meer dan een marsjaar (twee jaren op Aarde), onvoorzien lang. Daarom is een wijziging van de baan nodig om de 30 kg resterende brandstof – 820 kg bij lancering – zo efficiënt mogelijk verder te gebruiken. Zonder ingrijpen zou de nakende duisternis een stevige hap uit de levensduur nemen. Als deze operatie zich met succes doorzet, kan het leven van de missie met nog 4-5 jaar verlengd worden.

MOM versus NASA

Uiteraard is er ook kritiek voor dergelijke ondernemingen. Zeker in een land waar bijna de helft van haar inwoners nog steeds geen toegang heeft tot sanitaire voorzieningen. Anderzijds wijst India met trots ook op de efficiënte uitvoering.

Zo kost het ‘MAVEN’-programma (NASA) tien keer meer dan de 70 miljoen euro van het MOM. Of in een ander perspectief, dat is beduidend minder dan de bijna 100 miljoen voor de Hollywoodprent Gravity. En omgerekend naar de kostprijs per Indiër, een schamele 5,4 eurocent per inwoner.

De lage loonkost is slechts een reden voor de budgetmeevaller. In plaats van te algemeen te blijven, heeft het ISRO vooral slim gekeken naar een wetenschappelijke missie om op een aantal hiaten in het huidige onderzoek te focussen. Zo wordt het onderzoek naar de aanwezigheid van methaan in de atmosfeer met argusogen gevolgd. Het is onder meer die strakke focus, die gezorgd heeft voor een projectiel-gewicht van slechts 1.350 kg. Dat is evenveel als de gemiddelde compacte auto. Laat nu net gewicht een doorslaggevende factor zijn die de kostprijs bepaalt.

Andere Aziatische landen

India is lang niet de enige Aziatische speler die sprongen maakt. Zowel China, India, Japan, Iran, Israël en Noord-Korea hebben zelfstandig satellieten in een baan rond de aarde gebracht. Binnen die lijst kunnen vooral de eerste drie een positie in de wereldtop opnemen.

Zowel Japan (2003) en China (2011) hebben minder succesvolle pogingen achter de rug wat betreft Mars. China stuurde in het verleden evenwel al meer satellieten in de ruimte dan alle andere Aziatische landen samen. Het heeft daarnaast een hele reeks succesvolle maanmissies, en investeert erg veel in militaire toepassingen. Sinds 2007 geldt dat laatste ook voor Japan.

Wat volgt?

De agenda van het ISRO is bijzonder goed geboekt. Het is ook erg succesvol inzake commerciële lanceringen. Onder meer door haar hoge bedrijfszekerheid is het bijvoorbeeld de belangrijkste partner voor de plannen van Google in deze sector. Volgende maand alleen al start het een programma om 103 satellieten in  een baan rond de aarde te brengen, evenveel als China dit decennium.

Eind dit jaar moeten er 3 ‘maanrovers’ tegelijkertijd uitgezonden worden. Ook de volgende jaren komen er nog tal van bijzondere uitdagingen aan met lanceringen naar maan (2018), de zon (2019), Venus (2020) en Jupiter (2022).