Op 1 januari 2016 werd bij de Federale Politie, Directie van de Serious Organized Crime (DJSOC), een nieuwe dienst opgericht: de IRU, Internet Referral Unit. Deze dienst patrouilleert als het ware op internet, op zoek naar illegale activiteiten van allerlei aard. Van radicalisme tot oplichting, de IRU kijkt mee.

“Daarmee is België één van de vijf vooruitstrevende lidstaten van de Europese Unie met een eigen IRU. Er bestaat een nauwe samenwerking met de interne IRU van Europol en er worden op geregelde tijdstippen ‘Referral Action Days’ en sessies georganiseerd. Daarbij wordt expertise tussen de verschillende diensten in andere Europese lidstaten uitgewisseld.” aldus Olivier Van Raemdonck, woordvoerder van minister Jambon.

De Belgische dienst telt momenteel dertien personeelsleden en de aanwerving van vijftien bijkomende personeelsleden is lopend. “Na volledige opvulling van het kader zal de cel dertig personeelsleden tellen” gaf het kabinet Jambon nog mee.

Resultaten

De dienst kan met die beperkte manschappen tot nu toe al resultaten voorleggen: “De dertien politiemensen die er nu werken, konden in de loop van 2016 maar liefst 391 Facebook- en Twitteraccounts laten verwijderen, waarvan 241 direct gerelateerd aan de aanslagen van maart 2016. Daarnaast heeft de cel tot eind september ook ondersteuning geboden in minstens 461 onderzoeksdossiers in de fenomenen kindermisbruik op internet, terrorisme, drugs, wapens en oplichting.” Over welk type accounts (binnenlands, buitenlands) het ging en waarvoor ze verwijderd werden (liken, delen, statussen…) werd niet meegegeven.

De dienst werkt op dit moment samen met de Federal Computer Crime Unit (FCCU), die specifieke software ontwikkelt ter verbetering en versnelling van de gegevensuitwisseling met andere Belgische en internationale veiligheidsdiensten. “De uitbreiding van de politiecapaciteiten voor onderzoek op het internet is een prioriteit voor minister Jambon”, aldus woordvoerder Van Raemdonck.

Bij de aanslag van 19 december in Berlijn bleek nog maar eens dat de dader op sociale media radicale berichten verspreidde. Dat radicalisering zelf soms online via sociale media gebeurt, bleek eerder ook na de aanslag op een nachtclub in Orlando en de schietpartij in San Bernardino een jaar eerder. Die daders radicaliseerden schijnbaar thuis vanachter hun PC zonder ook maar één fysiek contact met buitenlandse terroristen. Sociale media worden ook frequent gebruikt voor onderlinge communicatie tussen terroristen omwille van de degelijke versleuteling en de bemoeilijkte afluistermogelijkheden voor de autoriteiten.

Vandaag meldde Eric Jacobs, directeur van de FGP Brussel, nog dat er sinds 2014 zeker 6 aanslagen werden verijdeld. Of dat allemaal door middel van de IRU is, zei hij er niet bij.