Wie maalt nog om visserij?

1
781

Visserij is samen met landbouw en bosbouw goed voor minder dan 1% van het Bruto Binnenlands Product. Significant is het niet, relevant is het wél. Strategisch is de zeevisserij zeer belangrijk: zowel binnen een Belgisch/Nederlands als binnen een Europees kader kan gesteld worden dat het belang verder gaat dan de loutere toegevoegde waarde.

Vooreerst draagt de zeevisserij bij aan een belangrijke doelstelling van het Gemeenschappelijk Europees Landbouwbeleid dat na de tweede wereldoorlog uitgewerkt werd: zelfvoorzienend zijn op vlak van voedselvoorziening als Europese Gemeenschap. In de Belgische economie is de zeevisserij geen op zich staande sector, zij brengt ook afgeleide activiteit met zich mee en die levert jobs op. Naast het louter economische is de zeevisserij onlosmakelijk verbonden met het kustleven. Zeevisserij draagt bij tot culturele diversiteit en variatie in het voedselaanbod.

Dalend aantal schepen

Tot de jaren ’90 bestond de Belgische vissersvloot uit meer dan 200 schepen. Tegenwoordig schieten er nog 65 over. Deze trend is overal in Europa dezelfde. Doorgedreven regulering zet druk op wat nog overblijft van de nationale vissersvloten. Dankzij verbeterde vismethodes en brandstofzuinigheid zijn de hoeveelheden aangelande vis tegenover 1995 met slechts een derde gedaald in de EU als geheel.

Van onze schepen behoren er 33 tot het grote segment en 32 tot de kleine vloot waar ook de garnalenvissers bij horen. Boomkorvisserij is de populairste en qua omzet belangrijkste vismethode (72% van de schepen) gevolgd door bordenvisserij en enkele schelpenvissers. Bij boomkorvisserij sleept het schip twee netten achter een boomkor (ijzeren buis) die over de bodem glijdt en met wekkerkettingen de vis in de netten jaagt. Deze relatief gebruiksvriendelijke methode levert succes op omdat vele doelsoorten bij de bodem vertoeven. De visgebieden van de Belgische vloot zijn de Belgische kustlijn voor de kleine vloot en de gebieden rond de Noordzee en het Kanaal voor de grotere boomkorvissers. Zodoende zijn de belangrijkste concurrenten op visveilingen en bij Europese (quota)onderhandelingen voor de Belgische vloot de Nederlanders, Fransen en Engelsen.

Foto: Shutterstock. Visserij in Zoutkamp, Nederland.
Foto: Shutterstock. Visserij in Zoutkamp, Nederland.

België ≈ Nederland

De Nederlandse visserij in de Noordzee is het best met de Belgische vergelijkbaar. De Nederlandse vismethodes zijn gelijklopend. Voornaamste verschillen zijn de grootte (750+ schepen in 2016) door de langere kustlijn en het feit dat Nederlandse rederijen dikwijls meerdere schepen uitbaten. Door de grote gelijkenissen zijn Belgische schepen zeer gegeerd bij Nederlandse reders. Maar liefst 22 Belgische schepen worden beheerd door Nederlandse rederijen. In totaal telt België 25 ‘vlaggenschepen’.

De Franse en Engelse visserijen bestaan beide voor 87% van hun totale vloot uit kleine schepen met respectievelijk 6.000+ en 5.200+ schepen. Het zijn deze vlootsegmenten die de degens kruisen met Belgische schepen. Hun visserijen gebruiken actieve (bv. boomkor) én passieve methodes (bv. warrelnetten) en zijn seizoensgebonden: schelpen, vis en mossels.

Toekomst

De winstgevendheid van de visserij is afhankelijk van twee zaken: de brandstofprijzen en de visprijzen. Kleine schepen zijn minder brandstofzuinig per kilogram gevangen vis maar zij kunnen wel opereren met veel minder andere kosten dan grote schepen. Grote schepen kunnen dan weer vissen op plaatsen waar dat niet haalbaar is met kleinere vaartuigen. In de helft van 2015 eindigde een lange periode van lage visprijzen en hoge brandstofprijzen waardoor de sector sindsdien economische voorspoed kent. Toch is het voortbestaan niet gegarandeerd: de kleine rederspopulatie in België is oud en door de grootte van de schepen zijn de investeringen moeilijk overbrugbaar voor jonge kandidaat-reders. Ook zijn andere zeegebonden sectoren (bv. baggerwerken) veel interessanter voor jongeren dan een leven als zeevisser. De Belgische zeevisserij zal niet meteen verdwijnen maar verjonging blijft een noodzaak op lange termijn. Ook de bestaande gewoonte om in te zetten op grote schepen lijkt niet houdbaar. Marketinginnovatie (zoals met keurmerken) is verder één van de belangrijkste opportuniteiten die momenteel nog niet gegrepen wordt in België. Hierin heeft Nederland een grote voorsprong.

  • Jantje

    Maar we willen wel allemaal af en toe een visje eten( al wordt de consumptie van verse vis ook steeds kleiner tvv. bereidingen) En wat doen we dan: vis kopen in de supermarkt die ingevoerd wordt uit Afrika, Zuid-Amerika, zelfs Azië. Die kopen we dan “vers” of in diepvriesvorm. Zonder er maar één seconde bij stil te staan wat de ecologische footprint van onze maaltijd is…