Afgelopen zondag ondertekende de EU een overeenkomst met Mali inzake het terugnemen van afgewezen migranten in ruil voor geld. Maar wat houdt die deal precies in? En waarom sluit Mali de deal?

In maart 2012 onderbrak de Malinese tv-zender ORTM haar programma. In beeld waren een tiental militairen die elk een verschillend uniform droegen en de controle claimden over het land. Ze veroverden snel het presidentieel paleis. De soldaten waren ontevreden met de militaire strijd in het noorden van het land, daarom kwamen ze in opstand.

Daarna stortte het land in mekaar. Net daarvoor had een Westerse coalitie Libië bestookt met luchtaanvallen om de positie van het Libisch staatsleider Moammar al-Qadhafi te ondermijnen. Onder Qadhafi was Libië een van de belangrijkste wapenimporteurs van Afrika. Het land kocht bijvoorbeeld voor 10 miljard dollar aan wapens van de Sovjet-Unie. Maar de strijdkrachten van Libië waren eigenlijk te klein voor een dergelijke hoeveelheid wapentuig.

Wanneer de vliegtuigen van de coalitie de Libische veiligheidsinfrastructuur weg hadden gebombardeerd, stonden de poorten van deze opslagplaatsen natuurlijk wagenwijd open. Groepen smokkelaars verpatsten deze wapens richting Gaza, Nigeria en Mali.

Mali’s interne strijd

De soldaten van Mali, die vochten tegen de Toeareg-rebellen, konden uiteraard niet op tegen de instroom van al deze Libische wapens. Dit hoeft niet te verbazen, want heel veel Toeareg leven van smokkel. Maar zelfs zonder deze import verliep de Malinese strijd tegen de rebellen moeilijk. Omdat het burgerlijk bestuur nu ook nog wegviel, hadden de Toeareg-rebellen vrij spel.

De Toeareg-rebellen handelden niet alleen. Ze hadden de steun van radicaalislamitische groepen die hun voordeel wilden halen uit het terugtrekken van de Malinese overheid. Er ontstond een aanzienlijk risico op een radicaalislamitische enclave, zoals het grondgebied van IS. De Toeareg-rebellen hadden inmiddels ook al hun eigen staat uitgeroepen: de republiek Azawad.

Hierdoor volgde een nieuwe militaire interventie, ditmaal geleid door Frankrijk onder de naam Opération Serval. Ook België ondersteunde Frankrijk met het sturen van twee transportvliegtuigen en twee helikopters voor medische evacuaties. Frankrijk nam het grootste deel van de missie voor haar rekening. Tal van andere Europese landen deden ook mee, al was hun inbreng, zoals dat het geval was voor België, beperkt. Heel wat Afrikaanse landen leverden ook troepen.

Men begon eerst met het veiligstellen van de hoofdstad Bamako. Daarna trok men samen met de Malinese troepen richting het noorden van het land. Deze werden beter bevoorraad, getraind en beter betaald.

Later organiseerde de EU ook een trainingsmissie voor Malinese militairen. Frankrijk vormde haar militaire missie om tot Opération Barkhane. Deze loopt tot vandaag, maar is minder succesvol omdat het noorden van Mali een gebied is met veel bergen en woestijn. Dit terrein maakt het moeilijk om tactisch succes te kunnen boeken.

Ondertussen is de veiligheidssituatie in het land verbeterd, al valt niet uit te sluiten dat het geweld weer opflakkert wanneer de Franse troepen het land zullen verlaten.

De EU-deal

Zeer veel jongeren van zuid-westelijk Afrika willen hun geluk zoeken in Europa. Het zijn niet de allerarmsten die vertrekken, want die kunnen de smokkelaars niet betalen, maar een categorie net erboven. Voor de landen in kwestie is dit een vloek en zegen. Talentrijke jongeren, vaak met zin voor initiatief en ondernemen, verlaten het land. Langs de andere kant kunnen de migranten harde valuta terugsturen naar hun achtergebleven familieleden eens ze in Europa zijn. Daarom zijn landen als Mali niet denderend enthousiast om migranten terug te nemen.

Eenmaal migranten uit Mali en landen uit de regio zich aan de Noord-Afrikaanse kust bevinden, wagen ze de oversteek van de Middellandse Zee, vaak in onveilige bootjes en met vele doden tot gevolg. De Europese Unie wil hier wat aan doen. Op zondag 11 december 2016 ondertekende zij daarom een overeenkomst met Mali over het verlenen van economische hulp. Mali moet afgewezen asielzoekers terug opnemen in ruil voor financiële hulp. Met deze steun kunnen Malinese immigranten in Europa ook de nodige reisdocumenten krijgen om terug te reizen naar Mali. Er zullen Malinese ambtenaren naar Europa komen om de nationaliteit van de migranten te kunnen vaststellen. Hiertegenover staat dat de Europese Unie werkgelegenheidsprojecten in het land moet subsidiëren. In totaal krijgt Mali een bedrag van 91,5 miljoen euro.

Hoe de situatie ook zal evolueren, de kans is reëel dat Mali blijvende militaire en economische hulp nodig zal hebben.