Na de verkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten van Amerika heerste over de hele wereld, en zelfs binnen de Verenigde Staten zelf, enorme twijfel over wat een Trump-regering nu precies met zich mee zou brengen. Momenteel brengt de selectie van verschillende persoonlijkheden voor bepaalde kabinetsposities en adviseursposities daar iets meer duidelijkheid in. Een aantal van deze posten blijkt nu weggelegd voor een groep voormalige hoge officieren uit het Amerikaanse leger. Angsten over militairen die democratische instituties beheren steken reeds de kop op, maar wat vertellen deze keuzes van Trump ons over wat we kunnen verwachten van het Amerikaanse beleid?

Momenteel heeft President-elect Donald Trump reeds vier hoge officieren bekend gemaakt als leden van zijn kabinet en adviseurs. Deze posities zijn natuurlijk nog niet absoluut bevestigd. Vooral valt op: de positie van Generaal James Mattis als Secretary of Defense. Aangezien hij slechts minder dan zeven jaar geleden met pensioen ging uit het leger, moet het Amerikaanse Congres een uitzondering voor hem goedkeuren.

Naast Mattis werd ook een van zijn vroegere ondergeschikten, Generaal John Kelly, aangesteld als Secretary of Homeland Security. De lijst met generaals rond Trump begon echter met Generaal Michael Flynn, die reeds sinds het prille begin van de presidentiële campagne advies leverde aan Trump over militaire zaken en die nu National Security Adviser wordt. Naast de generaals is ook Ryan Zinke, die op Binnenlandse Zaken zou terecht komen, een voormalige hoge officier. Met de rang van Commandant (equivalent aan luitenant-kolonel) bij de bekende special forces, de Navy SEALs, moet hij niet meteen onderdoen voor de rij generaals in het kabinet.

Niet de eerste generaals in de regering

Het is op zich niet zo vreemd dat generaals een dergelijke rol innemen in de regering van de Verenigde Staten, maar wat wel opvallend is in dit huidig kabinet is de hoeveelheid en vooral de specifieke kernposities die deze officieren innemen. Onder President George W. Bush zagen we reeds voormalig generaal Colin Powell als Secretary of State en zelfs in het eerste kabinet onder President Obama vonden we reeds drie generaals terug. De functies die toen door deze generaals ingevuld werden waren echter veel minder prominent. Net als Generaal Flynn nu, was Generaal Jim Jones National Security Advisor, Generaal Eric Shinseki was Veterans Affairs Secretary, en Admiraal Dennis Blair was Director of National Intelligence. Het kabinet van Trump vertoont dus niet echt een grotere militarisering van de hoogste politieke rangen in de Verenigde Staten dan voorgaande regeringen.

Wat echter wel duidelijk anders is, is de aanduiding van deze officieren op functies die centraal staan in het interne en externe veiligheidsbeleid van de Verenigde Staten. De functies van Secretary of Defense, Secretary of the Interior, Secretary of Homeland Security, en uiteraard die van National Security Advisor spelen allen een zeer directe rol in het beveiligen van de Verenigde Staten tegen terrorisme, militaire dreiging en zelfs criminaliteit. Binnen deze aanduidingen hebben deze generaal ook specifieke ervaringen die van toepassing zijn in hun nieuwe rol. Zo had Generaal John Kelly, die in zou staan voor Homeland Security, eerder al het commando over het Southern Command. Dit commando, dat Zuid-Amerika bestrijkt, heeft enorm veel betrekking tot drugssmokkel en illegale immigratie.

Deze zaken staan centraal in Trump’s interne veiligheidsbeleid en de keuze voor John Kelly is dus niet zo vreemd. De benoeming van een generaal als hoofd van het Pentagon is ook een duidelijke keuze van Trump, die er op wijst dat President Trump zelf wel eens minder aandacht of verstand zou hebben voor defensie aangelegenheden. Met een ervaren militaire leider als Generaal Mattis kan dit makkelijk op ‘autopiloot’ geplaatst worden terwijl Trump zijn interne agenda waarmaakt. De keuze is anderzijds wel vrij controversieel aangezien het leiderschap van burgers over het militaire apparaat van de Verenigde Staten een democratisch beginsel is in het land, maar dergelijke conventies daar lijkt Trump zich weinig van aan te trekken in het uitbouwen van wat eerder een technocratisch en functioneel kabinet lijkt te worden.