Vorige week werden de resultaten van het PISA-onderzoek uitgebreid becommentarieerd. Sinds 2000 wordt om de drie jaar in een groot aantal landen de PISA-steekproef getrokken van scholieren in het onderwijs, die getoetst worden op hun kennis op het gebied van taal, wiskunde, en natuurwetenschappen.

Er valt wel wat op te merken op de manier waarop zonder veel nuance de kwaliteit van het onderwijs wordt gereduceerd tot een plaats in de OESO-ranking. Maar wat nu opviel was de eenzijdige focus op de zogenaamde prestatiekloof tussen zwakkere en sterkere leerlingen. Het onderwijsdebat wordt vaak overheerst door onderwijssociologen voor wie het afremmen van de sterkeren te overwegen valt met het oog op het reduceren van die prestatiekloof die zij simplistisch gelijkstellen met sociale ‘discriminatie’.

Sommige kranten voeren zelf al jaren een actieve campagne voor een hervorming waarvan het meest opvallende kenmerk het ‘afschaffen’ van de verschillen tussen ASO, KSO, TSO en BSO betreft. Nochtans zijn zowel heel wat experten en wellicht de meerderheid van de leerkrachten erg sceptisch of dergelijke structuuringrepen op het veld niet meer problemen opleveren dan remediëren.

“Het onderwijsdebat wordt vaak overheerst door onderwijssociologen voor wie het afremmen van de sterkeren te overwegen valt…”

Een stapeltje boeken

Het is erg opvallend hoe sommigen blijven beweren dat de invoering van comprehensief onderwijs in de vorm van een meer gemeenschappelijke eerste graad geen gevaar oplevert voor nivellering. De vorige onderwijsminister Pascal Smet (sp.a) beweerde destijds zelfs in de TV-studio met een stapeltje boeken naast hem dat alle onderzoeken net dat aantoonden. De waarheid is dat de stapel onderzoeken die dergelijk gevaar voor nivellering wel opperen, zorgvuldig werden genegeerd. En net dat is gevaarlijk. Zeker bij oudere leerkrachten leeft de bezorgdheid dat excellentie als waarde meer en meer aan belang moet inboeten.

De kwaliteit van het onderwijs staat of valt met de mensen die het elke dag op het terrein gestalte geven. Veel oudere leerkrachten behoren tot een generatie van toen de normaalschool veel mensen aantrok die vandaag gemakkelijker instromen in de universiteit, maar op die manier veel minder gemakkelijk in het onderwijs terechtkomen.

Hopelijk beseffen de beleidsmakers dat het reeds in kleuter- en basisonderwijs is dat veel van de achterstand wordt gecreëerd. Het is dan ook vooral daar dat er maatregelen te nemen zijn, bijvoorbeeld op het vlak van de taalbeheersing. De druk die vanuit internationale kringen zoals de OESO gelegd wordt om comprehensief onderwijs in te voeren, werd door de Nederlandse Onderwijsraad overigens weerlegd. In Nederland deelt men wel voor een stuk de diagnose van socio-economische ongelijkheid in schoolprestaties, maar heeft de faliekante ervaring met vroegere experimenten van comprehensief onderwijs het inzicht gegeven dat dit daarom niet het meest gepaste medicijn is. Ze wijzen er op dat er ook landen zijn waar comprehensief onderwijs niet nodig bleek om de impact sociale ongelijkheid in het onderwijs te reduceren.

Eindtermen

Om de kans te verhogen dat de officiële doelstellingen van de onderwijshervorming gerealiseerd worden, moet vooral energie gekanaliseerd worden naar het voldoen van een aantal randvoorwaarden. Aan de ene kant zal ernstig geïnvesteerd moeten worden in het remediëren van tekorten bij zwakkere leerlingen, maar evengoed in het uitdagen van sterkere leerlingen. Om de traditie van excellentie hoog te houden, is het belangrijk om onderwijseffectiviteit niet alleen te realiseren via het bereiken van een aantal minimumvereisten (‘eindtermen’). Met name is het dan essentieel om de zogenaamde leerwinst van elk individu op te volgen. Sommige leerlingen voldoen reeds bij de aanvang van het jaar aan de eindterm. Het kan uiteraard niet het doel zijn om hen dan maar een jaar bezig te houden met dingen die ze al beheersen. Dit vereist uiteraard al een meetinstrumentarium om de effectieve vooruitgang in kaart te brengen die elke leerling realiseert gedurende elke fase van zijn schoolcarrière. Gezien de ideologische campagne die sommige experten en media voeren voor nieuwlichterij is het ook hier oppassen voor eenheidsdenken.