Het gezicht van terreur: van de CCC tot Berlijn

1
687

De aanslag op de kerstmarkt in Berlijn is de zoveelste terreurdaad op het lijstje. Terwijl het forensische onderzoek nog loopt, is het toch al goed om vanuit beleidsperspectief te weten waar we precies mee te maken hebben. Terrorisme valt niet in een eenduidige vorm te gieten die er elk jaar hetzelfde uitziet. Vanwaar komt het fenomeen en hoe is het geëvolueerd? SCEPTR bracht een evolutie in kaart van de jaren ’90 tot vandaag.

Om het fenomeen terrorisme te duiden, moeten we het eerst eens zijn over de definitie. Een vrijheidsstrijder voor de een, is immers een terrorist voor de ander. We doen een poging om terrorisme te omschrijven als volgt:

“Elke gewelddadige daad door een niet-statelijke actor die een bedreiging bevat voor een mensenleven en die de wet schendt. De daad wordt gesteld met de bedoeling om a) de burgerbevolking te intimideren of onder druk te zetten, b) het overheidsbeleid te beïnvloeden, c) het overheidsbeleid aan te tasten.”

Wanneer we ons houden aan bovenstaande definitie zien we een duidelijke evolutie. Waar terreur initieel gemotiveerd werd met ideologische en/of nationalistische redenen, is vandaag vooral het religieuze motief dominant. De afbakening van deze lijnen is niet strikt. Ze kunnen door mekaar heen lopen omdat het menselijk handelen vaak een resultaat is van verschillende factoren.

Minder linkse terreur

In de jaren ’90 was de Koude Oorlog net op haar einde gelopen. Het grote rode machtsblok was verdwenen. Voor het ideologisch terrorisme, zoals groepen als de Belgische CCC en de Duitse Rote Armee Fraktion, betekende dit de doodsteek. Dit had twee concrete redenen.

Door de opheffing van het IJzeren Gordijn kon iedereen zien dat het communisme helemaal niet de welvaart had gebracht zoals de propaganda doorgaans liet uitschijnen. Als een groep als Rote Armee Fraktion op lange termijn wilde slagen, moest er naast een diepgaande overtuiging ook genoeg aanhang en blijvende sympathie zijn. Het moreel failliet van het ideologische Oostblok sloeg grote gaten in de wervingsbasis en het enthousiasme om mensen te werven voor extreemlinkse terreur.

Daarbuiten was er ook een materieel probleem voor dergelijke groeperingen. Tijdens de succesvollere jaren ’60, ’70 en ’80 werden extreemlinkse terreurgroepen gesponsord of materieel gesteund door de Sovjet-Unie of haar satellietstaten. Denk bijvoorbeeld aan de link tussen de Rote Armee Fraktion en de DDR of tussen de PKK en de Sovjet-Unie. In de jaren negentig viel deze steun weg omdat er geen communistische staatsideologie meer bestond, behalve dan in landen als Cuba en Noord-Korea. Die landen  beschikten/beschikken echter niet over de capaciteit om globale terreur te ondersteunen. Een andere reden is dat geheel Oost-Europa in grote economische crisis verkeerde. Dat maakte goede banden en integratie met het Westen noodzakelijk. Er was dus geen ideologie meer, geen geld meer om dergelijke groepen te sponsoren en de staten die dit voorheen deden hadden er ook geen belang meer bij om dit te doen.

Minder rechtse terreur

Hetzelfde geldt voor de zogenaamde rechtse groeperingen. Het grootste rechtse netwerk van West-Europa, het NAVO-gesponsorde Gladio-netwerk, werd ontbonden. Dit was een georganiseerd stay-behind-netwerk. Indien West-Europa militair zou bezwijken aan een invasie van de Sovjet-Unie, dan zou dit netwerk sabotagedaden plegen tegen de bezetters. Dat is in zekere zin vergelijkbaar met de moord op de burgemeester van Aken, Franz Oppenhof, tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Weerwolven. Wat overblijft, waren daden door goed voorbereide individuen zoals Anders Breivik (Oslo en Uttoya) of Timothy McVeigh (Oklahoma).

Nationalistische terreur

Naast linkse of rechtse groepen waren in de jaren negentig ook talrijke nationalistische groepen actief. Het gaat dan vooral om groeperingen die autonomie of separatisme eisen voor hun regio. We denken hierbij uiteraard aan de Irish Republican Army, de ETA of de PKK. Deze groepen worden ook gekenmerkt door een links-ideologische werking, maar het ideologisch gedachtengoed is eerder ondergeschikt aan het staatkundige. Eind jaren negentig verdween ook deze vorm van terreur wat van de radar. In Noord-Ierland werd in 1999 het Goede Vrijdag-akkoord ondertekend dat de ontbinding inluidde van het IRA en in hetzelfde jaar werd PKK-leider Abdullah Öcalan gearresteerd in Kenia door Turkse special forces.

Toch heeft de nationalistische inspiratie de afgelopen tijd weer aan belang ingewonnen. In Noord-Ierland zijn voormalige IRA-militanten ontgoocheld over de resultaten van het Goede Vrijdag-akkoord en in Turkije is ook de PKK nog springlevend. De ETA heeft zichzelf opgeheven, maar er wordt nog steeds jacht gemaakt op individuele leden. Succesvolle acties van de Spaanse en Franse politie hebben de groep evenwel vleugellam gemaakt.

Meer (redenen voor) religieus terrorisme

Waar we op dit moment vooral mee geconfronteerd worden, is religieus terrorisme. Meer bepaald terreurdaden met radicaal-islamitische inspiratie. Dit is evenwel een complex fenomeen en verdient ietwat meer diepgang dan eenvoudig te stellen dat het de islam is.

Er zijn twee religieuze redenen. Enerzijds laten de Koran, het religieus boek van moslims, en heel wat bepalingen in de Hadith een ruime interpretatie toe om geweld te hanteren. De bepalingen over het voeren van een heilige oorlog, de behandeling van minderheden of afvalligen enzoverder zijn een factor van belang. Anderzijds bestaat er geen centrale autoriteit in de islam zoals in (het grootste deel van) het christendom, zoals de katholieke paus of een orthodoxe metropoliet.

Een bijkomende reden is de gebrekkige integratie van islamitische allochtonen. Niet alleen zijn er heel wat problemen op te merken bij de reeds in het Westen aanwezige gemeenschappen (taalachterstand, onderwijsachterstand, disproportionele werkloosheid en criminaliteit…), maar de overheid kampt ook met capaciteitsproblemen om de instroom en integratie van nieuwe migranten te beheersen. Dit stelt concrete uitdagingen voor inlichtingen of veiligheidsdiensten: ‘Jef Peeters’ kan als veiligheidsagent moeilijk infiltreren in Noord-Afrikaanse milieus. Dit feitelijk gegeven komt voort uit het feit dat bepaalde sub-samenlevingen erg gesloten zijn en vaak vijandig staan tegenover de autoriteit van de staat. Als men wil infiltreren heeft men eerder een ‘Bashir’ of ‘Abderahim’ nodig, geboren in Molenbeek of Borgerhout. Iemand die niet vertrouwd is met het gesloten milieu zou al snel door de mand kunnen vallen. Het probleem is zelfs zo groot dat Europese veiligheidsdiensten afhankelijk zijn van infiltranten uit de landen van herkomst die zelf actief zijn in Europa.

Andere redenen of katalysatoren van deze huidige vorm van terreur zijn globalisering, nieuwe technologieën zoals sociale media, de door moslims ervaren vernedering omwille van de Arabische of de nationale identiteit en het wegvallen van de ideologische machtsblokken die voorheen heel wat conflict inkapselden. Deze redenen geven radicale strekkingen in de islam, zoals de wahabitische of salafistische, een veel luidere stem. De lage olieprijs op zijn beurt heeft eveneens dubbelzinnige gevolgen. Enerzijds zorgt deze voor minder inkomsten voor olieproducerende landen in het Midden-Oosten. Bij grotere armoede hebben radicale groepen immers een grotere wervingsbasis. Anderzijds zijn er minder middelen door beschikbaar om groepen in het buitenland te financieren, radicale moskeeën te subsidiëren enzovoort.

Naast de tijdelijke verlaging van de olieprijs zijn er echter weinig redenen waarom radicaal-islamitisch terrorisme zou afnemen. Het blijft dus nog een hele tijd een bezorgdheid waar overheid en samenleving waakzaam voor moeten blijven.

  • Jan VDS

    prima artikel. Toch mis ik steeds cijfers in dergelijke artikels. Bij meer te googelen vond ik statistieken van 2010 tot en met 2014 genomen uit jaarverslagen van Europol, waarbij duidelijk werd dat een overgroot percentage (+95%) uitgevoerde, mislukte of voorkomen terreuraanslagen in de aangesloten landen was uit ideologische motieven (links/rechts), separatistische/nationalistische redenen of niet gespecificeerde redenen. Slechts een klein deel uit religieuze motieven (allen wel uit moslimhoek).
    Maar laat ons toch ook niet vergeten dat er elders in de wereld ook aanslagen worden gepleegd met christelijke motieven, oa in de VS tegen de abortusklinieken, met ook doden tot gevolg.