Na TAK-aanslag Istanboel: hoe verder met Turken en Koerden?

0
668

10 december 2016, Istanboel. Het is een doodgewone avond in de eeuwenoude stad, toeristen kuieren langs de Hagia Sophia, jonge straatmuzikanten spelen hun lied in de vele parken die de stad rijk is, en in het lokale stadion van één van de vele clubs die de stad rijk is speelt voetbalploeg Beşiktaş haar match. Deze doodnormale drukte, zo typerend voor de grootstad, wordt echter abrupt doorbroken met een luide knal. Nog geen minuut later volgt nog een knal en een geweersalvo. Het wordt al snel heel duidelijk dat Istanboel andermaal het slachtoffer is van terreur.

Sinds het oplaaien van het geweld in Syrië en in de eigen zuidoostelijke gebieden is het aantal aanslagen in Turkije gevoelig toegenomen. De aanslag van 10 december was echter bijzonder bloedig: 46 doden en 166 gewonden. De angst voor een nog groter drama was aanvankelijk groot, de aanslag werd immers gepleegd vlakbij het stadion van Beşiktaş waar net daarvoor nog een voetbalwedstrijd werd gespeeld. Wanneer de eerste beelden binnenstroomden, was er al snel geen twijfel meer over wie nu juist het doelwit was. De politie, die instond voor de veiligheid van de match, werd zwaar getroffen. Overal in het rampgebied lagen politiehelmen verspreid over de grond. 38 agenten lieten het leven.

In dit soort situaties is het in Turkije niet lang wachten op vingerwijzingen. Over het algemeen zijn er twee ‘usual suspects’, de terreurbeweging IS of de radicalere Koerdische onafhankelijkheidsbewegingen (al vallen zij voor velen ook onder de noemer ‘terroristisch’). Dat de ordetroepen het doelwit waren, verraadde al veel. IS geeft er in het algemeen niet zo veel om wie ze nu juist doden. Het verzet tegen symbolen van de Turkse staat is echter een handelsmerk van bewegingen als de PKK, maar ook voor hen zijn zelfmoordaanslagen van deze omvang ongewoon. Het duurde een volle dag tot de aanslag werd opgeëist door TAK, de zogenaamde ‘Koerdische Vrijheidsvalken’.

De TAK zijn niet bepaald ‘new kids on the block’, ze verschenen voor het eerst in 2004 en hebben een hele resem aanslagen op hun naam staan. De groepering splitste zich af van de PKK na onenigheid over methodes en politiek naar Turkije toe. Zo vinden de TAK-leden de methoden van de PKK ‘te humaan’ en was de poging van de PKK om tot een akkoord te komen met de Turkse overheid onacceptabel.

Foto: Derwich Ferho. http://www.kurdishinstitute.be/tag/derwich-m-ferho/
Foto: Derwich Ferho. http://www.kurdishinstitute.be/tag/derwich-m-ferho/

We contacteerden Ferho Derwich, voorzitter van het ‘Kurdish Institute’ in Brussel met de vraag wat nu juist de impact is van groeperingen als TAK bij de Koerdische bevolking, hoe hij de Turks-Koerdische relaties ziet en wat hij denkt dat de toekomst te bieden heeft.

Wat kan u zeggen over TAK? Kunnen zij op veel steun rekenen bij de Koerdische bevolking?

“TAK is een eigenaardige groepering, ik weet niet wat ze zijn, waar zij voor staan of hoe die groepering in elkaar zit, maar ik weet wel dat ze de manier van werken van de PKK veroordelen en dat ze aanslagen plegen tegen burgerdoelwitten. Dit is iets wat wij absoluut veroordelen en zelfs de PKK neemt afstand van deze groepering.”

Hoe ziet u de situatie in Turkije evolueren?

“We zien de situatie, zeker met Erdogan aan het roer, als zeer problematisch. We merken dat de politiek van Erdogan er sinds 2002 op gericht is om tijd te winnen en zich niet focust op het oplossen van de problemen. Hij gebruikt een bepaalde retoriek om tijd te rekken, terwijl hij ondertussen zijn eigen agenda doorvoert.”

“Erdogan wil de ontegensprekelijke sultan van Turkije worden, zonder eerste minister en zonder regeringsleden die iets te zeggen hebben.”

En wat is die agenda volgens u?

“Hij wil de ontegensprekelijke sultan van Turkije worden, zonder eerste minister en zonder regeringsleden die iets te zeggen hebben. Op die manier wil hij een einde stellen aan de parlementaire democratie die er – tussen haakjes – niet is. Volgens mij is Turkije nog altijd een unitaire militaire staat, maar zelfs daar wil hij gedaan mee maken.”

Ziet u een verbetering in de toekomst?

“Ik denk niet dat we een verbetering mogen verwachten, integendeel. Er komen meer en meer problemen en steeds vaker pijnlijke momenten voor de bevolking.”

In West-Europa hebben we vrij grote Turkse en Koerdische gemeenschappen. Merkt u dat ook hier de spanningen oplopen?

“Van Koerdische kant heb ik hier nog niet veel problematisch gedrag gezien. Van Turkse zijde hebben we problemen gehad met enkele radicalere elementen. Zo werd het Kurdish Institute hier in Brussel lastig gevallen. Er zijn echter nog niet echt confrontaties geweest in België, dit in tegenstelling tot Duitsland. Ik denk dat de Koerdische standpunten perfect vredevol veruiterlijkt kunnen worden. Langs de andere kant roep ik wel de Turkse gemeenschap op om serieus na te denken over hoe zij gaan reageren op de eisen van de Koerden. Wij willen geen onafhankelijke staat. Turkije is groot genoeg voor Turken en Koerden om in samen te leven. Wat wij wel willen, is culturele zelfbeschikking. Bijvoorbeeld recht op onderwijs in de eigen taal, het recht om onszelf te kunnen zijn.”

We zien momenteel in Syrië en Irak Koerdische gebieden met een hoge graad van autonomie, gesteund door een omvangrijke gewapende arm. Kijk maar naar de Peshmerga. Denkt u dat dit de roep om territoriale onafhankelijkheid zal vergroten?

“Ook in Irak hebben de Koerden nooit gevraagd om een aparte staat te vormen. Zij willen onderdeel blijven uitmaken van groot-Irak. Idem voor Syrië trouwens. Er is geen enkel probleem om samen te leven met al die andere bevolkingsgroepen. Wat Koerden wel overal willen, is het recht om zichzelf te zijn, met eigen sociale en culturele structuren, los van de opgelegde cultuur van de heersende partij.”