Na de  Brexit: een Brits of een Europees Schotland?

Op donderdag 23 juni was het zover. In een referendum over het lidmaatschap van de Europese Unie kozen de inwoners van het Verenigd Koninkrijk en Noord-Ierland er nipt voor om de EU te verlaten (52 procent ‘leave’ versus 48 procent ‘remain’). In Schotland daarentegen was de uitslag heel anders. De Schotten stemden om te blijven met een ruime marge (62 procent vs. 38 procent).

Onmiddellijk erna (vrijdag 24 juni) wist Nicola Sturgeon – Schots minister-president – te zeggen dat een nieuw Schots onafhankelijkheidsreferendum (in 2014 stemde de Schotse bevolking om in het VK te blijven met 55 procent van de stemmen) “zeer waarschijnlijk” is. Zal de eurofiele houding van de Schotten een nieuwe Europese staat opleveren? Niet in de nabije toekomst.

Het is nog altijd mogelijk dat Schotland zijn onafhankelijk verkrijgt, maar het zal alleszins niet voor morgen zijn.

1. Schotland kan zijn rekeningen niet betalen

Drie maanden voor het EU-referendum is een economische voorspelling gepubliceerd door het IFS (Institute for Fiscal Studies) waaruit bleek dat het begrotingstekort van Schotland driemaal groter is dan dat van het VK: 15 miljard pond. Dat werd bevestigd door GERS (Government Expenditure and Revenue Scotland). De voorspelling van het IFS legde nog grotere Schotse tekorten bloot in de komende jaren. Een en ander heeft te maken met de historisch lage olieprijs die nu tussen 30 en 40 dollar per vat schommelt. Ter vergelijking, in 2008 was de prijs hoger dan 150 dollar. Maar waar uw portemonnee sinds 2014 dikker blijft na een bezoek aan het tankstation, werd de staatsportefeuille van Schotland dunner en dunner: de inkomsten van Schotland zijn sterk afhankelijk van Noordzeeolie. Dit brengt de levensvatbaarheid van een onafhankelijk Schotland – tijdelijk – in het gedrang. Zeker als de links-nationalistische SNP (Scottish National Party) haar beleid gaat voortzetten.

2. Schotland gaat zijn schulden niet kunnen betalen

In het geval van een afscheiding van Schotland zal de staatsschuld moeten worden verdeeld tussen Schotland en de rest van het VK (net zoals bij een opdeling van België). Los van hoe die onderhandelingen zullen lopen, zal men rekening houden met het Schotse aandeel van de schulden en zijn bevolkingsaantal. Het resultaat daarvan zal bij de opgehoopte schuld die de Schotse publieke sector reeds is aangegaan, worden opgeteld. En die totale schuld zal genoteerd zijn in pond. Een onafhankelijk Schotland zal sowieso al moeilijkheden hebben om haar lasten weg te werken. Als ze daarbij nog een eigen munteenheid kiest, zal die lager genoteerd staan dan de pond (en vermoedelijk steeds lager door een devaluatiebeleid). Als ze voor de sterke euro kiest, kan ze die munt niet manipuleren (devalueren) en kan ze haar broodnodige export niet stimuleren.

3. Schotland heeft (dus) een transfermechanisme nodig en dat van de EU is onzeker

De Europese Unie heeft fondsen om achterlopende regio’s en landen te steunen. Bovendien is er sinds de financiële crisis een Europees noodfonds (ESM: Europees Stabiliteitsmechanisme). Het ESM heeft Griekenland gefinancierd toen het geen geld meer op de private markten kon ophalen. Maar het ESM levert leningen die moeten terugbetaald worden en de steunfondsen leveren niet dezelfde garanties die transfers binnen een staat leveren. Bovendien zijn ze niet van dezelfde grootorde: intrastatelijke transfers hebben in theorie geen bovenlimiet. Dat kan van pas komen als Schotland klappen blijft krijgen door de lage olieprijzen.

4. Wie er toe doet in de Europese Unie ziet het in feite niet zitten

Ondanks het feit dat Guy Verhofstadt, voorzitter van ALDE (de liberale fractie in het Europees Parlement), zijn zoveelste 180°-bocht heeft genomen en ineens voorstander is van Schotse onafhankelijkheid (nu andermaal is bewezen dat Schotland een fervent voorstander is van lidmaatschap van de EU), lijkt het erop dat het nieuwgevonden Schotse nationalisme van Verhofstadt niet door iedereen wordt gedeeld in de EU. Spaans premier Mariano Rajoy zei ondubbelzinnig dat een exit van het VK een exit van Schotland betekent. Een aparte regeling met Schotland is dus niet mogelijk (en dus ook geen omgekeerd Groenland-scenario: Groenland verliet de EU, maar is wel nog een onderdeel van EU-lidstaat Denemarken). Waar men dit kan verwachten van Spaanse beleidsmakers (Spanje heeft te kampen met sterke separatistische facties in Catalonië en Baskenland), bleef het niet bij die ene uitlating. Toen Sturgeon vorige week op bezoek ging bij Europese Commissievoorzitter Juncker, herhaalde Juncker het standpunt, weliswaar in diplomatische termen. Volgens Juncker bevindt men zich “niet in de positie” en heeft men “geen intentie” om een aparte regeling met Schotland uit te werken. Dat is omfloerste taal voor: er is juridisch weinig grond voor zoiets en de prioriteiten liggen nu elders. De prioriteit van de EU is nu voorkomen dat er nog afscheidingen volgen in Europa naar Brits voorbeeld. Het moet duidelijk worden dat de Interne Markt niet ‘à la carte’ verkregen kan worden. Hiervoor moeten de neuzen in dezelfde richting staan. De eurocraten hebben het nu al lastig genoeg met de vernieuwde oproepen tot decentralisatie uit Oost-Europa. Daar wil men geen vers conflict over Schotland bij, waardoor bondgenoten in andere debatten zoals Spanje, worden geraakt.

5. De Schotse nationalisten willen stiekem (nog) geen referendum

De pro-Europese stem in Schotland is groter dan de pro-Schotse stem. Recente polls duiden aan dat voorstanders van Schotse onafhankelijkheid nu afklokken op 55 procent. Dat mag dan wel een mooie vooruitgang zijn ten opzichte van de score in 2014 (45 procent), het is nog steeds een stuk minder dan de 62 procent die voor ‘remain’ stemde en tevens onder de bodemlimiet die de SNP zichzelf heeft opgelegd om opnieuw te pleiten voor een referendum (60 procent aanhouden voor een jaar). De SNP wil absoluut zeker zijn van winst bij een tweede referendum, omdat na het verlies van nog een referendum, het zeer waarschijnlijk decennialang ‘over and out’ zal zijn voor de onafhankelijkheidsdroom. Sturgeon zal wel schermen met de mogelijkheid van een referendum, maar is voorzichtig om het effectief te beloven. Daar komt dan nog eens bij dat de SNP het grootste aandeel van eurosceptici heeft van de Schotse partijen en mogelijk een groot deel van haar kiezers kan vervreemden.

6. Er kan momenteel geen tweede onafhankelijkheidsreferendum georganiseerd worden

Bij het vorige referendum was de wet heel duidelijk: een stemming over de institutionele verdeling van het VK is een kwestie van Westminster, van het VK in zijn geheel dus. Met het Edinburgh-akkoord kwamen de Schotse en de Britse regering overeen om de bevoegdheid tijdelijk naar Schotland over te hevelen. Zo’n tweede akkoord zit er niet aan te komen. Michael Gove, partijgenoot en potentieel opvolger van Brits premier David Cameron (heeft gezegd af te treden en zijn opvolger de Brexit te willen laten afhandelen) heeft al aangekondigd dat er geen nieuw Schots referendum komt. Maar zelfs als Schotland de wettelijke blootstelling negeert die elke private burger dan in staat zou stellen om de uitkomst van zo’n onwettelijk referendum aan te vechten, dan zou de illegitieme status van de verse Schotse staat de toetredingsprocedure tot de EU bemoeilijken. En de inzet van een nieuw Schots onafhankelijkheidsreferendum is net het lidmaatschap van de EU.

7. Er komt mogelijk zelfs geen Brexit

Het is niet overal geweten, maar het EU-referendum is niet bindend. Het Britse parlement kan die uitslag gewoon naast zich neerleggen en het art. 50 (dat laat EU-lidstaten toe om op te stappen) gewoon niet inroepen. Normaliter ging premier Cameron de dag na de uitslag, indien het vertrekkamp won, artikel 50 inroepen. Dat deed hij niet. In plaats daarvan zei hij af te treden en schuift hij die beslissing door naar zijn opvolger. De verkiezing van die opvolger (wat gelijk staat aan het voorzitterschap van de Conservatieve Partij) staat nu in het teken van deze beslissing: artikel 50 inroepen. Wie dat doet, wordt mogelijk de personificatie van heel wat economische schade en/of onrust. Wie het niet inroept, zou de democratische wil van het volk (en belangrijker: van het eigen electoraat) negeren. Wie dat doet, zal de eigen politieke carrière nagenoeg impotent maken. Boris Johnson, tot voor kort de gedoodverfde opvolger, vertelde al dat hij geen opvolger zal zijn. Michael Gove zei al dat hij de Brexit-procedure zeker niet voor volgend jaar zou starten. Niemand staat te springen.

Het is nog altijd mogelijk dat Schotland zijn onafhankelijk verkrijgt, maar het zal niet voor morgen zijn.