Het moraliserende vingertje dat men al een hele week in de lucht houdt, is stilaan tot een karikatuur van zichzelf uitgegroeid. Eerder zou men de feiten onder ogen moeten zien, in plaats van systematisch te hameren op de ‘immoraliteit’ van die Brexit-beslissing. Steeds meer wordt ook duidelijk dat de EU-elite dit, als een bliksemafleider voor de intrinsieke zwakheden van het eigen project, onder de mat zal vegen.

David Cameron zal de geschiedenis ingaan als een man die in minder dan twee jaar tijd evenveel tricky referenda uitschreef. Eerst was er de Schotse onafhankelijkheid, waarbij het neekamp het met amper 55 procent haalde. Een meer gedetailleerde doorlichting van het resultaat leverde echter het beeld van een “verdeeld” land op. Klinkt het u bekend in de oren? Feit is dat toen steden als Glasgow of Dundee zich resoluut voor Schotse onafhankelijkheid uitspraken, op andere plaatsen was het enthousiasme minder groot. En dan is er nu die Brexit. Hier won het jakamp dus wel, zij het met een nipte 51,9 procent. De reacties zijn niet meer om aan te horen. Wat er allemaal niet staat te gebeuren! Geen uitwisseling van studenten meer, zelfs geen Mercedessen meer op de Britse eilanden, kortom, het Avondland zou in een fase van Nacht und Nebel terechtkomen. Omwille van die ene beslissing. En dat zijn dan de lui die de Brexit-campagne populisme voor de voeten gooien.

Op zich kan het belang en betekenis van deze volksraadpleging niet onderschat worden. De idee dat een lidstaat de EU zou verlaten, is wel degelijk uniek. In het verleden, men vergeet het vaak, verloor de Europese constructie wel al aanzienlijk wat grondgebied, maar niet omdat een lid de deur achter zich toesloeg. Concreet betrof het Groenland en… Algerije.

Midden de jaren tachtig kreeg Groenland, toen onderdeel van Denemarken, een vergaande vorm van autonomie binnen die constructie. Ze grepen deze stap in de richting van hun verzelfstandiging aan om uit de toenmalige EEG te stappen. Voor het in 1962 onafhankelijk werd, was Algerije volwaardig deel van Frankrijk. Het werd niet bestuurd als een kolonie, maar Algiers, Oran en Constantine waren drie departementen zoals vele andere in de hexagoon. Dat ze mee betrokken raakte bij de EEG vloeide voort uit deze staatkundige logica; dat de onafhankelijkheid daar een einde aan maakte evenzeer.

Boedelscheiding

Deze wat vergeten historiek doet geen afbreuk aan de uniciteit van een eventuele Brexit, met nadruk op de voorwaardelijke wijs. Vorige donderdag werd immers niet beslist om uit de EU te stappen, maar heeft ‘het volk’ de Britse regering belast om zo’n vertrek voor te bereiden en in te leiden. Bindend is dit resultaat niet, toch niet zuiver juridisch. De manier waarop dit zou moeten gebeuren, en we blijven nog even op het juridisch vlak, is verdragsrechtelijk voorgeschreven door het zogenaamde artikel 50. Het artikel is recent (het werd ingevoerd door het Verdrag van Lissabon in 2007), werd nooit eerder toegepast en oogt opvallend eenvoudig. Te eenvoudig om werkbaar te zijn.

Het ontevreden land dient zijn vertrekwens over te maken aan de voorzitter van de Europese Raad, in deze Donald Tusk. Diezelfde Raad benoemt een hoofdonderhandelaar en een team, en dan krijgen de onderhandelaars twee jaar om de scheiding vast te leggen in een terugtredingsverdrag. Dat is het. Die timing alleen al doet wenkbrauwen fronsen. Zowat elke expert is het erover eens dat twee jaar onvoldoende is om de klus technisch gesproken te klaren, waarmee nog niets gezegd is over de politieke dimensie. De voorgeschreven periode wordt door Brussel vooral gezien als een manier om Londen de duimschroeven aan te spannen. Theoretisch kan het Europees Parlement met een verlenging instemmen, maar men kan al raden welk politiek spel dit zou worden. Donald Tusk vroeg Londen om consequent artikel 50 onmiddellijk in werking te stellen, maar aan de andere kant van het Kanaal koopt men tijd. Cameron nam ontslag en liet verstaan dat zijn opvolger de klus maar moet klaren, ergens in oktober, wanneer bekend wordt wie dit wordt. En wat als er na twee jaar geen akkoord is? Dan vervalt elk EU-verdrag waar het VK partij bij is. Tot hier de theorie, mijlenver verwijderd van wat de praktijk in petto heeft.

De kwestie draait trouwens niet enkel om de relaties tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU, maar evenzeer rond binnenlandse politieke machtsverhoudingen. Een nipte winst van het neekamp had de positie van figuren als Boris Johnson kunnen verstevigen. En wat denkt Farage van de UKIP? De Brexit was jarenlang zijn thema om de Tories te chargeren; vandaag nemen de Tories het voortouw in de verdere uitwerking van het dossier. En Labour… Ach, we kunnen zo een tijdje doorgaan. Feit is dat niemand weet hoe het verder moet en het politiek klimaat op zo’n manier evolueert dat – wie weet – de Brexit naar de Griekse kalender wordt verwezen.

Zwaktes van de EU

Ergens tussen de contouren van een politiek spelletje, al dan niet overgoten met een rancuneuze saus, en het gezond (economisch) verstand ligt het scenario dat zich de komende jaren zal voltrekken. Geen kans laat het EU-establishment onbenut om te hameren op welke funeste gevolgen de Brexit voor de Engelse economie zal hebben. En wellicht klopt het dat de impact op de continentale economie van een scheiding minder ingrijpend zal zijn, alleen is het verhaal gevoelig complexer. Een EU zonder het Verenigd Koninkrijk zal een aantal geopolitieke verschuivingen teweegbrengen. De problemen van de voorbije jaren zullen er niet door verdwijnen en een stuntelige afhandeling van het scheidingsproces zou koren op de molen kunnen zijn voor de reële eurosceptische stromingen zoals men die in menige lidstaat aantreft. Noem het gerust de frustratie van de elite van het Schumanplein. Willen ze de continuïteit van het EU-project maximaal veiligstellen, dan kan maar beter alles in het werk worden gesteld voor een gestroomlijnde afwikkeling van die Brexit, maar dat vloekt dan weer met de eigen catechismus.