Voor de VS en Saoedi-Arabië zijn de jaren van melk en honing voorbij. De aanvaringen van de voorbije jaren, regelmatiger en bitsiger, hebben diepe sporen nagelaten. Toch maken de reële belangen, die er nog steeds zijn, een resolute scheiding vrijwel onmogelijk. Hamvraag is: welk evenwicht kan bereikt worden?

De aanslagen van 11 september 2001 in New York zijn zoals dat potje vol onkiese dingen: hoe harder men erin roert, hoe meer het zootje begint te stinken. Men blijft de gebeurtenissen onderzoeken, recent nog door het Amerikaanse Congres. Mogelijk levert dit een beslissing op die nabestaanden van slachtoffers de mogelijkheid verschaft schadeclaims in te dienen tegen de Saoedische staat. In het kader van deze werkzaamheden is gebleken dat daags na de aanslagen toenmalig burgemeester Guiliani – ja, die van de zerotolerantie – bij wijze van schadevergoeding van een Saoedische prins een cheque van tien miljoen dollar aangeboden kreeg. Die hij categorisch weigerde. “Je kan je geld in de hel gaan opstoken.” Erg ‘gênant’ allemaal, zeker op een moment dat de relatie tussen die twee landen op een historisch keerpunt is beland.

Naoorlogs Midden-Oosten

Doorgaans wordt één symbolisch moment gezien als het startpunt van de vrij unieke band tussen Washington en Riyadh. Toen hij van de top in Jalta terugkeerde, maakte toenmalig president Roosevelt een tussenstop bij koning Abdul. Op de USS Quincy, aangemeerd ergens halfweg het Suez-kanaal, sloten beide heren een historische deal. Na met Stalin en Churchill de basis van het naoorlogse Europa te hebben gelegd, zou de Amerikaanse president ook nog eens gaan knutselen aan het Midden-Oosten van na de Tweede Wereldoorlog. De kern van hun verhaal was vrij eenvoudig: Amerika bood Saoedi-Arabië veiligheidsgaranties aan, terwijl de Saoedi’s borg stonden voor ‘een vrij verkeer aan redelijke prijs’ van het zwarte goud. Uiteraard zouden de Amerikanen de nodige kennis verschaffen om dat mogelijk te maken. Overigens, wat al op bescheiden schaal gebeurde op het moment van de ontmoeting tussen Roosevelt en Abdul. De aanwezigheid van Standard Oil of California (het huidige Chevron) was al sinds 1933 een feit. De Saoedi’s keken met wantrouwen naar oliebedrijven die gerelateerd werden aan de ‘koloniale machten’, wat in het voordeel van de Amerikanen speelde.

Het belangrijke economische kader kon niet verhinderen dat dissonante klanken te horen waren. Het Palestijnse probleem is een typisch voorbeeld van hoe de Arabische zienswijze van de Amerikaanse verschilde. Maar ook de manier waarop het wahabisme uitgedragen werd, en hoe mensenrechten met de voeten werden getreden waren punten van ergernis. De win-winsituatie van de gesloten akkoorden vermeed dat ze meer werden dan wat valse noten. Recentelijk kwam het tot grotere aanvaringen. Riyadh heeft het nooit kunnen verkroppen dat de VS in 2003 Irak binnenvielen. Er is de toenadering tot Iran, de sjiitische aartsvijand, om nog maar te zwijgen over Syrië. De frustratie werkt echter ook in omgekeerde richting. Denk maar aan het ruwe optreden van de Saoedi’s in Jemen. Dat in dergelijke context onthullingen over Saoedische betrokkenheid bij de aanslagen van 11 september geen deugd doen, spreekt voor zich.

Schalie-revolutie

Doorheen de decennia smeerde de factor olie veel wrijvingen. Alleen veranderde de schalie-revolutie dat gegeven. Men kan de toename van conflicten op conto schrijven van heel wat elementen, te beginnen met een nieuwe generatie leiders in beide landen, maar wellicht is het wegvallen van die ooit zo grote Amerikaanse afhankelijkheid (in 2014 daalde de invoer met 50% op amper zes maanden!) van Saoedische olie van een meer determinerend belang.

Wat we vandaag vaststellen, is meer dan een slecht moment. Een nieuw hoofdstuk in de Amerikaans-Saoedische betrekkingen wordt aangesneden, daar zijn zowat alle deskundigen het over eens. Maar over de manier waarop deze in de (nabije) toekomst zullen worden ingevuld lopen de meningen uiteen. Sommigen koesteren de gedachte dat het post-Obama-tijdperk wat rust zal brengen, maar wellicht is dat ijdele hoop. Het klopt dat Obama niet hoog oploopt met de wahabieten, dat en meer bleek in een veelbesproken interview dat vorige maand in The Atlantic verscheen. Maar dat het met een opvolger makkelijker zal gaan, is weinig waarschijnlijk. In een recent onderzoek van Carnegie Endowment wordt onomwonden over een “ingebakken structureel probleem” gesproken in de band tussen de twee landen. Toch zijn de belangen er nog steeds. “Ondanks alle verschillen, zullen Amerikanen en Saoedi’s niet resoluut scheiden, we hebben mekaar nodig”, benadrukt een onderzoeker van Brookings. “Wellicht wordt de relatie een onvermijdelijk verstandshuwelijk.”