Het beleid inzake ondernemerschap is sinds de zesde staatshervorming een gewestbevoegdheid. Maar de federale minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s, Landbouw en Maatschappelijke Integratie – Willy Borsus – beschikt evenwel over meerdere hefbomen om de Belgische kmo’s en zelfstandigen actief te ondersteunen. Dat kan onder andere via het budget dat werd toegewezen aan sectie 32, FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie. Dat voorziet in een bedrag voor de “toelagen aan organismen, instellingen en personen die zich met de bevordering van kmo’s en de bescherming van de zelfstandige bezighouden, op nationaal of internationaal vlak“.

Onbekende in Vlaanderen

De minister is relatief onbekend in Vlaanderen. (Zonder twijfel kunnen we ook het omgekeerde stellen.)

Borsus werd geboren op 4 april 1962 in Pessoux (Ciney), in de provincie Namen. Hij is gehuwd en vader van drie kinderen. Sinds 11 oktober 2014 is hij federaal minister.

Borsus was eerst parlementair medewerker en werknemer in de Belgische Franstalige verenigingssector (1995-1997). Vervolgens was hij secretaris-generaal van een niet-gouvernementele organisatie (ngo) actief in de jeugdsector en op internationaal vlak (1997-2001).

Hij was daarna ook adviseur op het kabinet van Michel Foret (MR), Waals minister voor Ruimtelijke Ordening, Stadsontwikkeling en Leefmilieu (2001-2004).

Meldenswaard is dat een schoonbroer van koningin Mathilde, Nicolas Janssen, op het kabinet van Borsus werkt. Hij is er verantwoordelijk voor de cel KMO’s.

Borsus is uiteraard een vertrouweling van Charles Michel.

37 subsidiedossiers

Terug naar het subsidiedossier van de federale minister. Voor 2015 bedraagt die federale toelage 227.000 euro (B.A. 45.10. 31.32.05). De toegestane steun gaat per project van 1.000 euro tot 35.000 euro, voor een gemiddeld bedrag van 3.516 euro. Medio 2015 werden 37 subsidiedossiers op het beschikbare krediet van 2015 ingeschreven, voor een globaal bedrag van 130.100 euro.

Niet bekend

De lijst van dergelijke subsidies wordt gewoonlijk niet bekendgemaakt. Door een recente parlementaire vraag krijgen we nu wel een overzicht. En dat overzicht levert een verrassing van formaat op. Wie dacht dat de steun gelijkmatig over Vlaanderen, Brussel en Wallonië verdeeld zou worden, is eraan voor de moeite.

Overzicht

Laten we eens nagaan welke dossiers geld kregen van Borsus. Het zou te veel plaats vragen om de lijst van vzw’s en verenigingen op te sommen; die informatie kan u vinden op de webstek van De Kamer.

De subsidies dienen voor ondersteuning van de organisatie van kerstmarkten, of voor een artisanale markt. Studiedagen en colloquia kregen ook geld toegestopt. “Nivelles on Ice” kreeg subsidies, en ook het “Fête des Artistes de Chassepierre” kreeg subsidies voor een feest van de kunstenaars dat doorging in Florenville (Luxemburg).

Stages en studiereis

De Brusselse vzw La Besace kreeg subsidies voor de ‘Vitrine de l’Artisan’. De vzw Educ’action kreeg subsidies voor een studiereis. Het Comité Royal Belge de la Distribution (CRBD) kon subsidies vastkrijgen voor de prijs ‘Golden Archers’. Het CRBD is eveneens een Brusselse vzw.

Nog in Brussel kregen De Femmes Chefs d’Entreprise (FCE) subsidies voor hun gala. De vzw bevindt zich in Brussel.

De vzw CBTI – wat staat voor Chambre Belge des traducteurs et interprètes – vierde 60 jaar vereniging en kreeg daar geld voor.

RSI Hotton organiseerde Hotton Montmartre met financiële steun. Hotton is een gemeente in de Belgische provincie Luxemburg.

Eindelijk één (!) Vlaams dossier

Het valt onmiddellijk op dat Brussel 13 keer in de prijzen viel en Wallonië liefst 23 keer. De provincie Luxemburg is goed bedeeld met 6 goedgekeurde subsidiedossiers. Dat Borsus tijdens de regionale verkiezingen van 2014 kandidaat was in de provincie Luxemburg, is wellicht toeval.

Als we percentages op de verdeling plakken, dan worden de verschillen nog duidelijker. Wallonië kreeg 62 procent van de door Borsus goedgekeurde subsidiedossiers, Brussel 35 procent en Vlaanderen slechts 3 procent. Bovendien valt op dat heel wat Brusselse dossiers eentalig Frans zijn.

In Vlaanderen is er maar één vzw die in aanmerking komt voor subsidies: de gastronomische (sic) Club Prosper Montagné kreeg subsidies voor ‘Eerste kok en eerste wijnschenker van Belgie – Premier Cuisinier de Belgique et Premier Sommelier de Belgique’. De zetel van de club bevindt zich in Brugge, maar dat is dan ook het enige dat aan het dossier “Vlaams” is.  De vereniging verzamelt de beste koks en restauranthouders van België en heeft o.a. als doelstelling ‘de Belgische gastronomie verdedigen en promoten’. Het is duidelijk dat de vereniging een nationaal-Belgische en tweetalige werking heeft.

Ongelijkmatige verdeling

Samengevat: op de lijst zien we nagenoeg uitsluitend Waalse en Brusselse organisaties, instellingen of activiteiten.

Dat de subsidies door een Franstalige Waalse (federale) minister toegekend worden, is wellicht volledig toevallig.

Nochtans stelt Borsus dit in zijn antwoord in De Kamer: ‘Hoewel het geografische criterium niet op de lijst van de toekenningscriteria staat, blijkt uit een eerste tussentijds overzicht, uitgevoerd in mei, dat de verdeling op dat punt billijk was.’ (eigen cursivering)

Misschien moet Borsus de definitie van ‘billijk’ eens opzoeken in zijn woordenboek. Dat Vlaanderen slechts één keer een subsidie kreeg, is niet echt billijk te noemen. Stel je voor dat een N-VA-minister het grootste deel van de subsidies aan Vlaanderen zou toekennen en nadien in het parlement zou beweren dat dit billijk is. We kunnen ons de woede van de Franstalige politici niet eens voorstellen.

Slotsom

Bovendien is die oneerlijke verdeling toevallig uitgekomen. Zonder de parlementaire vraag zouden we niet eens weten welke organisaties geld kregen van de minister. Een eerste punt is dan ook deze subsidies altijd bekend te maken. Waarom zouden de burgers dat niet mogen weten? En tot slot, de minister moet in het najaar maar eens komen uitleggen waarom Vlaanderen slechts één subsidiedossier gekregen heeft. We kijken uit naar het antwoord van Borsus in het parlement.